Image Alt

Katten Blog

 / Sociaal leven kat  / Socialiseren

Socialiseren

Socialiseren is een leerproces dat plaats vindt wanneer dieren pasgeboren of heel jong zijn. Het vindt plaats – en ook alleen dan – tijdens een heel korte periode waarin de hersenen het meest gevoelig zijn om te leren. De hersenen worden hierdoor op een bepaalde manier gevormd. Dit is een vrij definitief en onomkeerbaar proces. Wat wel en wat niet kan rondom (her)socialiseren is om deze reden begrensd. En heel vormend voor de rest van het (volwassen) leven van de kat. 

De mate van vertrouwdheid van een kat rond mensen staat bekend als socialisatie. Maar socialisatie betekent veel meer dan dat. Om katten zo goed mogelijk te kunnen helpen, zou elke asielmedewerker, (eenmalige) fokker, kattengedragstherapeut, iedereen die katten opvangt (in een gastgezin) en elke dierenarts moeten begrijpen hoe socialisatie werkt. Alle mogelijkheden en onmogelijkheden van socialisatie kennen en deze respecteren. Een gebrekkige socialisatie zorgt voor angst voor mensen, andere dieren en de leefomgeving waardoor zij omringt zijn. Veel gedragsproblemen zoals plassen in huis en agressie (zowel naar mensen als andere katten) zijn vaak een uiting van dergelijke angst.

Lekker in je Vacht heeft dit artikel geschreven als een makkelijke, toegankelijke en informatieve bron. Na het lezen hiervan, weet je wat socialisatie is, wat de mate van socialisatie voor gevolgen heeft. En hoe je rekening kan houden met de mate van socialisatie van katten. Elke kat heeft zijn eigen unieke behoefte en dit is de sleutel om hun leven te redden. Elke kat verdient een gouden mandje, maar deze ziet er niet voor elke kat hetzelfde uit. Door dit te respecteren, kunnen we zorgen voor maximaal welzijn van elke kat.

Onderwerpen van deze Blog hide
14 Heb je iets te vragen of wil je advies?

Alle jonge dieren ontwikkelen zich op een vergelijkbare manier

Alle dieren maken eenzelfde ontwikkeling door wanneer zij heel jong zijn. De hersenen ontwikkelen zich volgens een voorspelbaar patroon. De basis hiervoor is al aanwezig bij de geboorte. Tijdens een bepaalde korte periode groeien de hersenen heel snel en zijn goed vormbaar. Daarom wordt deze periode ook wel gevoelige of kritische periode genoemd. Elke diersoort kent zijn eigen gevoelige periode, bij katten ligt deze tussen week 2 en 7.

Hoe de hersenen zich ontwikkelen wordt bepaald door de ervaringen die jonge dieren in deze korte (gevoelige) periode opdoen. Alles wat ze tijdens deze periode meemaken en ervaren, vormt de hersenen op een bepaalde manier. De hersenen ontwikkelen zich dus op een bepaalde manier door wat het jonge dier dagelijks meemaakt.

Tijdens de socialisatieperiode moet het jonge dier daarom geleidelijk aan allerlei betekenisvolle prikkels worden blootgesteld. Prikkels komen binnen via de zintuigen:

  • Ogen (zien)
  • Oren (horen)
  • Huid (voelen van vormen, temperatuur, structuren)
  • Neus (ruiken)
  • Tong (proeven)
  • Binnenoor (evenwicht)

Wat relevante prikkels zijn voor een jong, hangt af van de omgeving waarin zij als volwassen dier zullen leven. Voor huiskatten die bij mensen in huis zullen leven zijn dat bijvoorbeeld:

  • Soortgenoten (andere katten)
  • Volwassen mensen en kinderen
  • Andere dieren waarmee zij samen gaan samenleven (bv honden)
  • Huiselijke ervaringen (pannen, stofzuiger, muziek, structuren om op te lopen, paraplu’s, verkeer etc.)

Socialisatie is een leerproces (inprenting) tijdens de gevoelige periode

Vaak bedoelen mensen wanneer ze het hebben over socialiseren eigenlijk “wennen aan mensen”. Maar het socialiseren van een kat houdt  zoveel veel meer dan dat in. Socialiseren is een leerproces waarbij een pasgeboren of zeer jong dier gedrag ontwikkelt van herkenning en aantrekking. Dat kan een ander dier zijn of zijn eigen soort. Tijdens deze korte periode wordt het brein ook als het ware voorgeprogrammeerd over de leefomgeving waarin hij geboren is. Dit leerproces heet “inprenting” omdat bepaalde ervaringen als een soort blauwdruk in het geheugen worden ingeprent. Socialisatie vindt bij kittens plaats in week 2-7 (en ook alleen dan) tijdens de zogenaamde gevoelige of kritische periode.

Ze leren dan welke aspecten en dieren in hun omgeving zij als normaal en veilig kunnen beschouwen.

Jonge dieren ontwikkelen zich snel omdat ze kwetsbaar zijn

Dat pasgeboren en jonge dieren zich snel ontwikkelen heeft een goede reden. Ze zijn enorm kwetsbaar. Die korte gevoelige periode zorgt voor een deftige overlevingsuitrusting. Tijdens deze periode kan en moet het dier zeer snel en makkelijk informatie uit zijn omgeving opnemen. Zo wordt het dier uitgerust met de juiste kennis over wat veilig of gevaarlijk is in zijn leefomgeving.

Dieren leren tijdens de gevoelige periode hoe zij zich moeten gedragen

Deze periode begint als de zintuiglijke ontwikkeling zover is ontwikkeld dat relevante prikkels kunnen worden waargenomen en verwerkt.  Oftewel wanneer zij kunnen voelen, zien en horen. Dit is ook het moment dat ze minder lang bij de moederpoes drinken. Daarentegen besteden ze meer tijd aan het onderzoeken van de wereld en aan spel. Hij eindigt bij de kat rond de 7 weken. Of er net als bij de hond sprake is van een tweede socialisatieperiode is onbekend, maar wordt op dit moment in ieder geval niet ondersteund door de literatuur.

Hij leert wat normaal gedrag is voor het soort dier waartoe hij behoort. Hij leert dieren als zijn soortgenoten te herkennen en hoe hij hiermee moet omgaan. En ook leert hij hoe hij normaal reageert op gebeurtenissen in zijn omgeving. Daarnaast leert hij hoe hij normaal en passend met zijn omgeving omgaat. Alles wat een dier tijdens de gevoelige periode meemaakt en ervaart dragen hieraan bij. En deze ervaringen maken dus een blauwdruk in het geheugen. Zo wordt een beeld gevormd van hoe de wereld werkt. Die blauwdruk die wordt gemaakt tussen week 2-7 is definitief en onomkeerbaar.

Kittens ontwikkelen vaardigheden die nodig zijn om te overleven in de omgeving waarin ze geboren zijn en opgroeien

Een heel jong dier leert dus wat ervoor nodig is om als een bepaalde diersoort te overleven in de omgeving waarin hij geboren is en waarin hij opgroeit. Elke omgeving heeft zijn eigen prikkels. En elke omgeving zorgt voor andere ervaringen voor een dier. Elke omgeving zorgt er daarom ook voor dat een dier zich anders ontwikkelt. Door deze ervaringen leren kittens wat zij in hun omgeving als normaal en veilig kunnen zien. En wat gevaarlijk is. Ze ontwikkelen vaardigheden die nodig zijn om als kitten te overleven in de leefomgeving waarin ze geboren zijn.

De ervaringen van een kitten die geboren is in het bos

Zo leert een kitten dat in het bos is geboren bijvoorbeeld hoe een ondergrond van zand, bladeren of gras loopt. Wat er gebeurt als ze erin springt en hoe dit graaft. Door deze ervaring leert een kitten goed te balanceren, graven, spelen en lopen op deze ondergronden. Hij raakt hieraan gewend en op ingespeeld. Een kitten leert de verschillende bosgeluiden en geuren te koppelen aan de bijbehorende dieren, planten of weersinvloeden. De kitten raakt zo vertrouwd met deze bosgeluiden en schrikt hier niet meer van. Ze leren wanneer de zon ondergaat en weer opkomt en passen hun ritme hierop aan met behulp van hun inwendige klok.

Daartegenover staat ook, dat deze boskittens niks hebben geleerd over het leven met mensen in een huis. Kittens die buiten zijn opgegroeid hebben daarom een heel ander beeld van de wereld dan kittens die in huis zijn opgegroeid. Hun ontwikkelde vaardigheden passen niet bij het leven in een huis.

Aan het einde van week 7 heeft een kitten dus een hele set aan vaardigheden geleerd om zichzelf te kunnen reddden in de omgeving waarin ze is geboren en opgegroeid. Alles waarmee de kitten niet, onvoldoende of op een negatieve manier in aanraking is gekomen tijdens die eerste 7 weken, zal later angst oproepen. Na die 7 weken is deze angstreactie volledig van kracht. 

socialiseren

Voor een goede match past de leefomgeving waarin de kitten is opgegroeid bij zijn latere huisje

Als een kitten later als huiskat gehouden wordt, is het belangrijk dat deze de juiste ervaringen en prikkels heeft gehad die horen bij het in huis wonen met mensen. Tijdens het socialiseren maken we gebruik van de kennis die we hebben over de ontwikkeling van kittens. Door ze in week 2-7 ervaringen te bieden die passen bij een leven met mensen en andere dieren (honden) in een huis, worden het huiskatten. Dit is tevens een belangrijke voorwaarde om een stressvrije en angstvrije huiskat te worden.

Voor een goede match is het belangrijk dat de omgeving waarin de kittens opgegroeid zijn, lijkt op de omgeving waarin zij terecht komen. Kittens groeien op met een bepaalde verwachting van de leefomgeving en hebben vaardigheden opgedaan die passend zijn bij deze omgeving.

Socialiseren op leefomgeving – De huiskat

Voor een kitten die later als huiskat gehouden zal worden, is het dus belangrijk dat deze allerlei prikkels ervaart en ervaringen opdoet die passen bij het leven van een kat die in huis leeft. Zo leren zij vertrouwd te raken met huiselijke situaties en leren zij deze als normaal en veilig te beschouwen. Alleen zo zullen ze er als volwassen kat niet angstig op reageren.

Onze boskittens hebben bijvoorbeeld nog nooit een deurbel gehoord. Het horen van een hard, onbekend geluid betekent in de natuur ‘gevaar’. Onze boskittens zullen daarom erg schrikken van het horen van een deurbel omdat deze vreemd voor ze is en dat zal ze bang maken. Voor een kat die in huis komt te wonen, is het dus belangrijk om hier mee kennis te maken tussen week 2 en 7.

Relevante prikkels en ervaringen voor een huiskat

Zo moeten kittens bijvoorbeeld ook kunnen ervaren hoet het is om te lopen op verschillende vloeroppervlakken in huis zoals laminaat, steen of vloerbedekking. Kunnen kennis maken met verschillende soorten voeding en kattenbakvulling. Ze moeten vertrouwd raken met geuren zoals pas gewassen was, koffie in de morgen, menseneten, schoonmaakmiddelen. En leren om meubels, gordijnen en kunstmatig licht te zien als normaal aspect van hun leefomgeving.

Het horen van allerlei huiselijke geluiden zoals de tv, radio, de wasmachine, de vuilniswagen of de deurbel zorgt ervoor dat ze dit als onderdeel van hun normale leefomgeving zullen beschouwen. Door kennis te maken met specifieke situaties zoals visite of het openen van een paraplu leren ze dat dit niet iets is om bang voor te zijn. Ze moeten vervolgens ook vaardigheden opdoen om in huis te kunnen wonen. Zo moeten ze bijvoorbeeld leren hoe een deur opent en hoe ze een trap oplopen.

Socialisatie op de leefomgeving kent verschillende gradaties

De leeftijd van de kitten waarop je begint met socialiseren bepaalt de mate van socialisatie

Het gaat er niet alleen om welke prikkels en ervaringen kittens hebben. Maar ook hoevaak ze die meemaken, hoe ze die meemaken en vanaf welke leeftijd. Kittens die pas met 4 à 5 weken te maken krijgen met een huiselijk leven (en mensen) hebben een grote socialisatie deficiëntie. Een socialisatie deficiëntie betekent een gebrek aan socialisatie. Deze kittens hebben zich de eerste paar weken aangepast aan de omgeving waarin zij geboren en opgegroeid zijn, bijvoorbeeld in het bos.

Wanneer je ze vervolgens vangt en opvangt, hebben ze nog maar 2 tot 3 weken om snel en goed te leren wat dit precies inhoudt. En ze hebben dus ook nog maar zo’n korte periode om goed en snel vaardigheden op te doen die nodig zijn om in huis te kunnen leven. Deze kittens missen weken aan ontwikkeling die katten die in de huiskamer opgroeien wel hebben. Na die 7 weken kunnen kittens echt nog wel iets leren, maar niet zo snel en makkelijk als tijdens de gevoelige periode. En de basis die wordt gevormd tijdens die eerste 7 weken is vrij definitief en permanent.

Het maakt in dit geval niet uit hoe lief het opvanggezin is waarin de kitten terecht komt – nou ja, dat maakt natuurlijk wel iets uit – maar het verandert in ieder geval niets aan de ontwikkeling van de kitten. Deze ontwikkeling zul je ook terug zien aan het gedrag van de kat. Het zal in het algemeen angstiger zijn en moeilijker kunnen omgaan met veranderingen. Deze angst kan zich uiten in probleemgedrag zoals onzindelijkheid en agressie.

De veilige basis (het nest en moederpoes) van de kitten bepaalt de mate van socialisatie

De moederpoes en het nest biedt een kitten een veilige haven. Dit biedt de kitten voldoende veiligheid en zekerheid om in alle rust de wereld te kunnen ontdekken en ervaren. De aanwezigheid van een sociale, rustige moederpoes draagt dus bij aan een goede socialisatie van de kitten(s). Hoe angstiger en gestrester de moederpoes is, hoe terughoudender en voorzichtiger de kittens zullen zijn. Kittens zijn bijvoorbeeld sneller geneigd om mensen te benaderen wanneer er een rustige, niet angstige moederpoes bij is. Ook de kitten zijn nestgenootjes helpen bij de socialisatie. Kittens voelen zich zekerder in de aanwezigheid van hun nestgenootjes.

Ook zorgt aanwezigheid van de moederpoes ervoor dat kittens zich emotioneel en gedragsmatig normaal kunnen ontwikkelen. Dit zorgt er bijvoorbeeld voor dat kittens geen overmatige angst ontwikkelen. Vroege moederscheiding kan zorgen voor angst en agressie en het leervermogen aantasten.

De verscheidenheid aan prikkels en ervaringen die een kitten opdoet bepaalt de mate van socialisatie

Een goed gesocialiseerd kitten heeft te maken gehad met een verscheidenheid aan relevante huiselijke prikkels en ervaringen. Hoe prikkelarmer de omgeving is, hoe groter de kans een kitten heeft op een socialisatie deficiëntie. In een prikkelarme omgeving met gedimde lichten, minder geluiden, en een onveranderlijk uitzicht worden de hoeveelheid prikkels beperkt. Kittens die (deels) in een kooi of op een zolderkamer opgroeien, hebben bijvoorbeeld een grote kans op een socialisatie gebrek, doordat het prikkelarme ruimtes zijn. Hoe minder prikkels, des te groter het socialisatie gebrek. Goede fokkers besteden veel tijd aan de socialisatie van hun (ras)kittens en zorgen ervoor ze de juiste prikkels krijgen.

Naast deze prikkels moeten de kittens ook kunnen ervaren op allerlei mogelijke manieren wat het is om als kat in een huis te wonen (zoals hierboven beschreven). Hoe minder ervaringen de kitten kan opdoen, des te groter ook weer de kans is op een socialisatie gebrek. Het is voor een (eenmalige) fokker die kittens opvoedt, of een gastgezin die kittens socialiseert dan ook belangrijk om zich te realiseren dat de socialisatie van kittens meer inhoudt dan ze te wennen aan mensen.

Hoevaak ze deze prikkels en ervaringen opdoen bepaalt de mate van socialisatie

Het maakt ook veel uit of een kitten prikkels en ervaringen één keertje, meerdere keren of dagelijks en constant meemaken. Voor goed gesocialiseerde kittens is het nodig dat zij de prikkels en ervaringen die horen bij het in huis wonen, dagelijks en constant meemaken. Natuurlijk kun je de verschillende prikkels doseren, je wilt ze ook niet overweldigen met nieuwe indrukken. Maar eens een keertje iets zien, voelen, proeven of horen is niet genoeg. Een goed gesocialiseerd kitten wordt dus tijdens week 2-7 dagelijks en constant omringt met huiselijke situaties (en mensen). Een goed gesocialiseerd kitten is geboren en opgegroeid in de woonkamer.

Hoe minder gevarieert die huiselijke situaties en prikkels waren, en hoe minder vaak zij aanwezig zijn, hoe gebrekkiger de kitten zijn socialisatie op een huiselijke situatie is. Kittens die (deels) opgegroeid zijn in een schuur, stal, bijkeuken, of buiten missen de constante van bepaalde prikkels en ervaringen van het opgroeien in de woonkamer. Zo kunnen zulke kittens bijvoorbeeld nog nooit iemand hebben zien binnenkomen met een paraplu. Wellicht hebben ze nog nooit een vuilniswagen voorbij horen rijden en nog nooit een rammelende bos sleutels gehoord. Dit zorgt ervoor dat later angstiger zullen zijn in huiselijke situaties.

Hoe minder van deze ervaringen een kitten opdoet, hoe gebrekkiger zijn socialisatie is

Natuurlijk is het goed mogelijk dat een kat van de boerderij of een straatkat je grootste vriend wordt. Dat je met veel tijd, liefde en geduld zijn vertrouwen wint en hij daarom graag komt knuffelen. Voor mensen is dit meestal genoeg om te stellen dat de adoptie dan geslaagd is. Het is belangrijk om je te realiseren dat knuffelen niet zoveel zegt over het geluk van de kat zelf. Veel knuffelen kan zelfs een teken van ziekte of stress zijn, het stelt de kat namelijk gerust. Een kat die telkens in de stress schiet wanneer er bezoek is, angstig reageert wanneer de vuilniswagen langsrijdt,  nieuw gekochte spullen in huis ondersproeit of langs de nieuwe pup sluipt, zit niet lekker in zijn velletje.

Hoe meer en vaker een kitten huiselijke ervaringen opdoet, hoe beter hij raakt ingespeeld op alles in huis. En hoe beter hij gesocialiseerd is op een leven in huis. Hoe minder van deze ervaringen een kitten opdoet, hoe gebrekkiger zijn socialisatie is.

Goed gesocialiseerd of sociaal betekent niet hetzelfde als knuffelig

Domesticatie van katten

Katten zijn al duizenden jaren onze metgezel en leven met en naast ons – zowel binnen als buiten. Uit onderzoek is gebleken dat de voorouders (Felis Sylvestris) van de kat ons waarschijnlijk uit zichzelf heeft opgezocht. De mens met zijn warme en voedselrijke graanschuren bood de kat allerlei voordelen. Katten hebben hun gedrag waarschijnlijk aangepast om dichterbij de mens te leven. De dapperste katten overwonnen wat van hun angst om zich te goed kunnen doen aan de overvloed aan muizen en voedingsafval. En om lekker warm te kunnen slapen in een schuur of stal. Sommige katten leerden dus om de mens in zijn nabijheid te accepteren.

Domesticatie is het aanpassingsproces van wilde dieren naar dieren die door mensen worden gehouden. Domesticatie heeft alles met angst te maken. Door met dieren te fokken die van nature minder angstig zijn voor mensen, ontstaan er steeds tammere dieren. Een diersoort wordt als gedomesticeerd beschouwd wanneer deze zich generaties lang heeft aangepast om met of onder mensen te leven. En zo ontstond de gedomesticeerde kat, Felis catus.

Gedomesticeerd is niet hetzelfde als gesocialiseerd

Alle katten waarmee we vandaag de dag samenleven, behoren tot de gedomesticeerde kat, Felis catus. Of ze nu wel of niet gesocialiseerd zijn. Hoewel elke kat gedomesticeerd is, zijn ze niet allemaal gesocialiseerd. Dat betekent dus alleen dat de gedomesticeerde katten van nu niet zo extreem bang zijn voor mensen als sommige van hun wilde voorouders. En het betekent ook dat de Felis catus prima zijn eigen leven kan lijden en daarbij mensen in zijn nabijheid accepteert als hem dat voordelen oplevert. Maar dat is dus een kwestie van mensen op redelijke afstand accepteren. En dat is meestal niet wat wij mensen willen, we willen graag een lieve kat die komt knuffelen en het fijn vind om bij zijn baasjes te zijn. Geen acceptatie van de mens maar een familiegevoel. En voor dat laatste is socialisatie op mensen nodig.

Katten moeten leren dat contact met mensen fijn is
Huiskatten hebben nog steeds dezelfde instincten als hun wilde voorouders. Ze voelen zich prettig buiten en kunnen onafhankelijk van mensen overleven. Dat komt omdat katten gedurende het grootste deel van de geschiedenis geheel of deels buiten leefden en voor zichzelf zorgden. Commercieel kattenvoer is pas in de jaren 70 geïntroduceerd! De meeste scheepskatten en stalkatten leefden daarom wel in de nabijheid van mensen, maar moesten nog steeds hun eigen maaltje vinden. Katten hebben van nature geen behoefte aan contact met mensen, dit moeten ze leren. Dat leren ze door socialisatie.

Van nature heeft een kat geen behoefte aan echt contact met de mens. Dit moeten ze leren. Katten moeten leren om mensen in hun leefomgeving als iets veiligs en vertrouwds te zien. Dit leren ze door lang genoeg, herhaaldelijk, intensieve en positieve ervaringen op te doen met mensen in week 2-7. Op deze manier socialiseren we katten op mensen. Dit zorgt ervoor dat katten leren om mensen als normaal en veilig onderdeel van zijn leefomgeving te zien. Een goed gesocialiseerde kat ontwikkelt geen angst voor mensen.

Wanneer een kitten opgroeit zonder de aanwezigheid van mensen (en kinderen), mist hij deze interactie. Hierdoor ontwikkelt de kat wel angst voor mensen (of kinderen). 

Kittens goed hanteren helpt bij de socialisatie op mensen

Uit onderzoek blijkt dat het helpt om kittens al heel jong op de juiste manier te hanteren. “Hanteren” betekent betekent hoe dieren reageren op en omgaan met de kittens. Dus bijvoorbeeld hoe je ze benadert. Of en hoe je ze optilt of aait. Kittens kunnen onderscheid maken tussen verschillende manieren van hanteren (ruw of zachtjes). Door rustig en zachtjes met de kittens om te gaan leren ze mensen te koppelen aan iets veiligs en fijns.

  • Zachtjes praten tegen kittens terwijl je ze aait, helpt het hanteren een fijne ervaring te maken
  • De meeste kittens vinden het prettig om enkel op het kopje en rond de kin, nek en flanken geaaid te worden
  • Ruw spelen met de kittens kan ervoor zorgen dat ze later agressief gedrag vertonen naar mensen
  • Hoe meer contact de kittens met verschillende mensen hebben (mannen/vrouwen, kinderen/volwassenen etc.) hoe socialer de kittens zullen opgroeien
  • Door de kittens door minimaal 4 verschillende mensen te laten hanteren zullen kittens minder eenkennig worden. En dit helpt om mensen meer in het algemeen als iets veiligs te zien
  • Kittens die dagelijks een uur gehanteerd worden gedurende de gevoelige periode zijn minder angstig voor vreemde mensen en objecten
Van nature hebben katten geen behoefte aan contact met mensen, dit moeten ze leren

Laten we eens terug kijken op onze kittens die zo dartelend in het bos zijn opgegroeid. Deze kwamen in aanraking met insecten, andere kittens en vogels. Mensen maakten geen onderdeel uit van de bosomgeving waarin ze zijn geboren en opgegroeid. Alles waarmee een kat tussen week 2 en 7 niet, onvoldoende of op een negatieve manier in aanraking komt zal later angst oproepen. Dat betekent dus dat onze boskittens van 7 weken oud, die nooit mensen hebben gezien, gehoord of gevoeld zeer angstig zullen zijn en ook blijven voor mensen. De kittens zijn immers “af”. Ze hebben hun overlevingssetje voor in het bos ontwikkeld. En mensen maakten hier geen onderdeel van uit.

Uit onderzoek blijkt dat wanneer kittens nooit in aanraking zijn geweest met mensen gedurende de eerste 6 weken van hun leven, ze niet meer in staat zijn om te wennen aan mensen. Dit zijn zogenaamde wilde kittens. Worden deze kittens toch gedwongen om binnenshuis met mensen te leven, zullen zij chronische stress ervaren. Dit komt voort uit de angst die ervaren hebben voor mensen en huiselijke situaties. Chronische stress is heel belastend voor het kattenlijf en maakt ze gevoelig voor ziekten.

50 tinten van socialisatie op mensen

Een goed gesocialiseerde kat op mensen zal nooit angst voor mensen hebben ontwikkeld. Een kat die onvoldoende of helemaal niet gesocialiseerd is, kent die angst wel. Hoe angstig ze zijn, hangt af van hoelang zij in aanraking zijn geweest met mensen. Het is dan enkel mogelijk dat deze katten hun angst voor mensen enigszins overwinnen. Maar die angst overwinnen is dus niet hetzelfde als socialiseren. Dit verloopt moeizamer en levert vaak niet meer dan een acceptatie op van de mens en niet een familiegevoel, zoals dat het geval is bij socialisatie in de inprentingsperiode.

Waarom een boerderijkat nooit een echte huiskat wordt

In het bos komen kittens niet in aanraking met mensen. Mensen zullen dus angst oproepen bij kittens die zo opgegroeid zijn. Op de boerderij komen kittens vaak wel dagelijks maar niet constant in aanraking met mensen. Deze kittens zullen niet zo angstig zijn voor mensen als de boskittens, maar ook niet zo’n familiedier worden als een (op mensen) goed gesocialiseerde kat. Boerderijkittens bijvoorbeeld vaak dagelijks eventjes geknuffeld door de kinderen. De rest van de tijd brengen zij alleen door met nestgenootjes en de moederpoes. Dit is niet genoeg om een kat echt goed te socialiseren op mensen. Het gevolg hiervan is een socialisatiegebrek. Hoe groot dit gebrek is, hangt af van de frequentie en de intensiteit van het contact. Het gebrek is bij de meeste boerderijkatten groot. Omdat zij niet dagelijks, herhaaldelijke positieve interactie met mensen hebben die nodig is voor een goede socialisatie (op mensen).

Als een kitten nooit met mensen omgaat, zal ze ongesocialiseerd opgroeien. Tegelijkertijd zijn katten ook uniek, geen twee katten zijn hetzelfde. Daarom is socialisatie zoveel meer dan de twee uitersten: gesocialiseerd of niet-gesocialiseerd. Er is een hele wereld aan grijs gebied tussen die twee punten. Er zijn vele gradaties van socialisatie bij katten. En dat betekent ook dat de gouden mandjes die daarbij horen en gezocht moeten worden, voor elke kat er anders uitziet.

Een gouden mandje kan er voor elke kat anders uitzien
Wat is een gouden mandje? Een katvriendelijk huis en een lief, zorgzaam baasje? Voor goed gesocialiseerde katten wel. Maar voor gebrekkig gesocialiseerde katten of katten die helemaal niet gesocialiseerd zijn, ziet een gouden mandje er heel anders uit. Voor deze katten is vrijheid belangrijker en deze katten zullen minder of geen behoefte hebben aan menselijk contact. Door behoeften te herkennen, erkennen en respecteren kunnen we alle katten voorzien van een juiste gouden mandje.
De ongesocialiseerde (wilde) kat

Een volwassen kat of kitten die in de eerste 6 weken van zijn leven nooit te maken heeft gehad met mensen noemen we ongesocialiseerd. De meer bekende term voor deze katten is ook wel “wilde kat”. Deze katten voelen zich buiten het meest thuis, waar ze omringt is door haar kattenfamilie.

Mensen en alles wat ermee te maken heeft, zoals stemmen, voetstappen, grasmaaiers of zelfs elektrische blikopeners voor kattenvoer, zal angst oproepen. Wilde katten gedijen buiten en zijn niet afhankelijk van mensen die ze rechtstreeks voeren. Ze zijn bedreven in het vinden van hun eigen eten. Van gevangen prooien tot de voedselresten die mensen weggooien.

Helaas blijkt uit onderzoek dat katten die in de eerste 6 weken van hun leven nooit in aanraking zijn geweest met mensen, ook niet meer stressvrij met mensen in een huis kunnen leven. Deze kittens kun je niet meer socialiseren, ze hebben het tijdsraam waarin dit mogelijk is gemist.

Dat betekent niet automatisch dat het niet zal lukken om deze kittens ’tam’ te krijgen. Het betekent ook niet dat het onmogelijk is om ze met heel veel tijd en liefde zover te krijgen dat je ze kan aanraken. Ook deze kittens zullen mogelijk in staat zijn om wat van hun angst te overwinnen. En sommige kunnen leren om mensen te accepteren. Dit kan dus zeer zeker wel en dit gebeurd ook op grote schaal vanuit de allerbeste bedoelingen. Wij mensen geloven namelijk dat elke kat beter af wanneer hij in een huis woont met een zorgzaam baasje. Het adoptieproces wordt vervolgens als een groot succes bestempeld wanneer de eigenaar de kat kan knuffelen.

De ongesocialiseerde kat zijn gouden mandje

Maar doen we de kat hier ook een plezier mee? Past dit scenario echt het beste bij de behoefte van de katten en hoe zij zich ontwikkeld hebben? Het antwoord is nee. Deze katten doe je geen plezier door ze in huis te nemen. En ook niet door ze op te vangen in een asiel. Ze zijn op straat geboren en weten ook niet beter dan dat zij voor zichzelf moeten zorgen.

Deze katten hebben ook geen behoefte aan (innig) contact met mensen. Ze zullen geen sociaal gedrag vertonen naar mensen. Deze katten zullen nooit stressvrij en gelukkig kunnen leven in een huis met mensen. Het proberen te socialiseren en opsluiten van wilde zwerfkatten geeft ernstige chronische stress. Dit uit zich in ernstige angstklachten waardoor deze katten hun natuurlijke gedrag niet kunnen vertonen in een reguliere leefomgeving die we onze huiskatten bieden.

Een wilde kat kan prima voor zijn eigen kostje zorgen. Daarentegen kunnen deze katten wel wat extra verzorging gebruiken van mensen die zich hun lot aantrekken. Ze lopen namelijk het risico om ziektes op te lopen en om last te krijgen van wormen en vlooien. Deze katten kun je dan ook het beste helpen door ze te ondersteunen, maar dan daar waar ze al leven. Bijvoorbeeld met lekker warme schuilhuisjes in de winter. Beperkt bijvoeren. Eventueel medische zorg wanneer dat nodig is. Wanneer een huisje gevonden moet worden voor een beetje tamme kat, kan deze worden gehouden als buitenkat op een boerderij, camping of buitenplaats.

De verwilderde (zwerf)kat

socialiseren zwerfkat

Het grote verschil met een wilde kat is dat een verwilderde kat wel gesocialiseerd is, maar dat deze lang geen contact heeft gehad met mensen. Deze katten hadden dus ooit wel een huisje en een baasje, maar zijn op de een of andere manier op straat terecht gekomen. Net als katten zullen ook andere gedomesticeerde dieren, zoals paarden, kippen en varkens, verwilderen als ze lang genoeg wegblijven van mensen. Ze raken het contact met mensen dan ontwend en raken vervreemd. Het geleerde in de socialisatiefase gaat verloren als het contact met mensen en de huiselijke leefomgeving geen constante meer is.

Katten hebben nog steeds drie van de vier poten stevig in het wild staan, en binnen slechts een paar generaties kunnen ze gemakkelijk terugkeren naar de onafhankelijke manier van leven die zo’n 10.000 jaar het exclusieve domein was van hun voorouders. Maar als een zwerfkat opnieuw wordt blootgesteld aan regelmatig menselijk contact, kan ze weer gesocialiseerd worden.John Bradshaw (kattengedragsexpert/bioloog)
De verwilderde zwerfkat zijn gouden mandje

Verwilderde zwerfkatten lopen het risico om onvoldoende voedsel en water te vinden omdat zij nooit voorbereid waren op hun zwerfbestaan. Daarnaast lopen ze meer risico om infectieziekten en parasieten op te lopen. Zwerfkatten worden sneller ziek door een lagere weerstand door een gebrek aan goede voeding en schuilplekken.

Op voorwaarde dat een verwilderde huiskat enkele dagen tot drie weken de tijd krijgt, kan deze weer sociaal gedrag gaan vertonen. Dat wordt ook wel hersocialisatie genoemd en dit is dus enkel mogelijk als de kat als kitten gesocialiseerd is. Deze katten kunnen uiteindelijk ook weer gewoon herplaatst worden via de dierenopvang.

Vinden er binnen twee à drie weken, deHet verschil met de wilde kat is dat die geen sociaal gedrag gaan vertonen. tekenen van resocialiseren niet plaats, dan gaat het om een ongesocialiseerde wilde kat. In het geval van een wilde kat is het terugzetten op de plek van herkomst het meest katwaardig.

De gesocialiseerde huiskat

De “huiskat”, zoals veel mensen katten noemen die binnenshuis bij mensen leven, zijn gesocialiseerd op mensen. Zij hebben als jong kitten in minder of meerdere mate contact gehad met mensen en zijn in huis opgegroeid. Zij voelen zich op hun gemak in huis en wanneer zij worden aangeraakt. Deze katten kunnen zowel binnen leven als ook buiten komen. Deze katten zijn voor hun eten en verzorging afhankelijk van mensen. Binnen deze groep van gesocialiseerde katten zijn er ook weer verschillende gradaties zoals we eerder al schreven.

Werk je met opvangdieren, dan is het goed om hier eens bij stil te staan. Mensen zetten zich vaak belangeloos en vanuit de allerbeste intenties in voor gevonden katten. Het zou wel zo vriendelijk zijn om per situatie te bekijken of een huisje met mensen echt wel een gouden mandje betekent voor de kat die gevonden is. Niet elke kat wordt gelukkig van een huis en een baasje. Wellicht is het beter om te zoeken naar een plekje op een boerderij of binnenplaats waar de kat niet zoveel te maken heeft met mensen.

Socialiseren op andere katten

Een kat moet lang genoeg (minimaal 12 wk) met andere kittens opgroeien om 1) te leren dat katten soortgenootjes zijn en 2) om te leren hoe hij goed met andere katten omgaat.

Een sociale kat is niet hetzelfde als een knuffelige of lieve kat, dat wordt hier niet mee bedoeld. Een sociale kat heeft als kitten voldoende tijd (minimaal 12 wk) gekregen om sociale vaardigheden van andere nestgenootjes te leren. En ze hebben ook geleerd om andere katten als soortgenoten te zien. Katten die 6 weken of langer nooit of maar weinig met andere katten in aanraking zijn geweest, hebben nooit geleerd om katten als hun eigen soortgenootjes te zien. 

Kittens moeten de lichaamstaal van andere katten leren herkennen

Ze leren in het nest van andere kittens bijvoorbeeld om een boze of bange kat te herkennen. Je weet waarschijnlijk zelf ook wel een aantal kenmerken op te noemen waaraan je een bange kat herkent. Een heel bange kat (plaatje) herken je bijvoorbeeld aan grote pupillen, platte oren, een in elkaar gedoken houding en een lage staart. Een kitten leert dat een ander kitten bang is en wat dit betekent, door dit te ervaren. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor angst. Een kitten leert alle gemoedstoestanden te herkennen door maar lang genoeg om te gaan met andere kittens.

Kittens leren van andere kittens hoe ze gepast op elkaar reageren

Een kitten leert met genoeg tijd dus van zijn broertjes en zusjes hoe bange, blije, speelse of boze kittens eruit zien. Vervolgens moeten kittens ook leren hoe ze hier gepast op reageren. Een kat die minimaal 12 weken in het nest is gebleven heeft als voorbeeld geleerd om een bange kat genoeg afstand te geven. Sociale katten hebben ook geleerd hoe ze een bange kat gerust kunnen stellen door middel van kattentaal.

Ze hebben een heel repertoire aan gedrag om de ander te laten zien dat ze geen kwaad in de zin hebben. Zo kunnen zij zich bijvoorbeeld minder bedreigend maken door te gaan liggen of door langzaam te knipperen met de ogen. Heel kenmerkend voor vroeggescheiden katten – die dus niet geleerd hebben hoe ze gepast reageren op angst – is dat deze geen afstand bewaren en zelfs bovenop de angstige kat springen. Vervolgens loopt dit dan uit op een gevecht. Een kat die te vroeg uit het nest is gehaald heeft nooit de kans gekregen om dit te leren.

Kittens leren grenzen aangeven en herkennen door met elkaar te spelen

Ook leren kittens elkaars grenzen herkennen en hoe ze deze moeten aangeven. Door samen te spelen leren ze bijvoorbeeld hoe hard ze in het oor van hun zusje kunnen bijten voordat deze gaat piepen (=grens aangeven). Vroeggescheiden katten hebben nooit geleerd om deze grenzen goed te herkennen en weten niet hoe zij hier goed op reageren. In de praktijk zien we daarom dat deze katten harder bijten en niet stoppen wanneer de ander aangeeft dat hij iets niet wil. Dit zorgt vervolgens weer voor angst bij de kat waarvan de grenzen niet worden gerespecteerd. Je kunt je misschien wel voorstellen dat dit voor grote problemen zorgt in de interactie tussen je katten.

Katten die te vroeg (voor 12 wk) uit het nest zijn gehaald zijn alleen beter af
Omdat de sociale basis onderdeel is van de vroege ontwikkeling van je kat is deze onverandelijk. Een kattengedragstherapeut kan daarom helaas de problemen die hierdoor ontstaan niet bijsturen. Het beste kun je daarom helemaal geen andere kat plaatsen bij een vroeggescheiden kat.
Wat moet je doen als er al een (niet sociaal) kitten of kat in huis is en dit niet goed gaat?

Deze vraag wordt ons dagelijks wel gesteld en het is heel erg begrijpelijk dat je in korte tijd al gehecht bent aan de nieuwkomer. Wellicht ben je helemaal verliefd geworden op de nieuwe kat toen je ging kijken. Dat is ook de reden waarom we zoveel informatie delen op Lekker in je Vacht, juist om dit soort teleurstellingen te voorkomen. Want hoe verliefd je zelf ook bent op de nieuwkomeling, je eigen kat ervaart dit anders.

Het beste wat je voor je kat kan doen in deze situatie, is erkennen dat je kat eenmaal nooit de kans heeft gehad om te leren hoe hij met andere katten moet omgaan. En daarom de sociale basis mist die nodig is om vriendjes te worden met een andere kat. Deze katten zijn (een beetje oneerbiedig, maar simpel gezegd) sociaal gehandicapt. Wanneer je een of twee katten hebt die vroeggescheiden zijn is de kans dat zij vriendjes worden héél klein. In deze situatie is het daarom het meest zorgzaam en liefdevol voor je kat om een nieuw huisje te zoeken voor de nieuwkomeling. Het is niet zo vriendelijk richting je eigen kat om de nieuwkomer te willen houden wanneer je eigenlijk zelf ook al merkt dat dit niet goed gaat.

Geef beide katten voldoende mogelijkheid om elkaar uit de weg te gaan

Het enige dat je kunt doen om de situatie te verbeteren voor je kat is beide katten voldoende mogelijkheden geven om elkaar uit de weg te gaan. Dit kun je doen door de katten vrije toegang in huis te geven. En door bijvoorbeeld de leefomgeving te vergroten door ook gebruik te maken van de vertikale ruimte in huis. Dit kun je bijvoorbeeld doen door een klimwand te maken. Belangrijk is om je te realiseren dat dit ervoor zorgt dat de katten zo min mogelijk stress van elkaar ervaren, maar een hele fijne situatie is het niet voor de katten.

Een voorbeeld van klimwandonderdelen die in onze webshop te koop zijn Om naar de webshop te gaan, klik hier

Socialiseren op andere dieren (honden)

Wil je honden (of andere dieren) met katten combineren dan kan dat prima, mits ze als kitten goed gesocialiseerd zijn op honden. Katten moeten als kitten dagelijks, herhaaldelijke positieve interacties met honden gehad hebben om deze als normaal onderdeel van hun omgeving te zien. Is dit niet het geval, dan is de kat dus niet (goed) gesocialiseerd op honden, en dan zullen honden later angst oproepen. Het maximale wat je dan uit de situatie kunt halen, is dat ze deze angst enigszins overwinnen. Bij een kat die wel goed gesocialiseerd is op honden, ontstaat deze angst helemaal niet.

Bij een niet op honden gesocialiseerde kat zal de aanwezigheid van de hond dus ook altijd stress geven. Het is per kat verschillend of dat een beetje stress of heel veel stress zal zijn. Je kunt dit enigszins ondervangen door de kat genoeg mogelijkheden te geven om de hond uit de weg te gaan en hoge plekken op te zoeken. Maar het blijft een verre van ideale situatie.

Een socialisatie deficientie 

Voor kattengedragstherapeuten is de socialisatie in brede zin een heel belangrijk onderwerp omdat gedragsproblemen vaak in de basis worden veroorzaakt door een socialisatie deficiëntie. Hetzij op mensen, op een huiselijke omgeving, op andere katten, op andere dieren of kinderen. Het komt dus voor in verschillende vormen en mate van ernst. Want het maakt namelijk uit of een kat helemaal geen of soms contact heeft gehad.

Een aantal voorbeelden die worden genoemd in de deskundigheidsverklaring socialisatie (2015):

  1. Langharige of witte katten die tijdens de socialisatiefase alleen op zichzelf lijkende katten hebben gezien kunnen angst en/of angstagressie ontwikkelen voor anders uitziende katten
  2. Wanneer katten nooit kennis maken met jonge kinderen kunnen zij een socialisatie deficiëntie ontwikkelen voor kinderen daarvoor bang zijn
  3. Katten die alleen de fokker(s) hebben gezien en geen andere personen kunnen een angst ontwikkelen voor onbekende mensen
  4. Wanneer de fokker vrouwelijk is en de kittens geen mannen zien, kunnen deze angst ontwikkelen voor mannen, en andersom
  5. Indien katten nooit de geluiden of beelden van verkeer hebben ervaren kunnen ze hier bang voor worden

Heb je iets te vragen of wil je advies?

Als jij je eigen situatie wil voorleggen aan en wil overleggen met een deskundige, dan maken we daar graag voldoende tijd voor! Je kunt op verschillende manieren contact opnemen. In ons servicegebied kunt u een keuze maken.

Socialiseren is een leerproces dat plaats vindt wanneer dieren pasgeboren of heel jong zijn. Het vindt plaats – en ook alleen dan – tijdens een heel korte periode waarin de hersenen het meest gevoelig zijn om te leren. De hersenen worden hierdoor op een bepaalde manier gevormd. Dit is een vrij definitief en onomkeerbaar proces. Wat wel en wat niet kan rondom (her)socialiseren is om deze reden begrensd. En heel vormend voor de rest van het (volwassen) leven van de kat. 

De mate van vertrouwdheid van een kat rond mensen staat bekend als socialisatie. Maar socialisatie betekent veel meer dan dat. Om katten zo goed mogelijk te kunnen helpen, zou elke asielmedewerker, (eenmalige) fokker, kattengedragstherapeut, iedereen die katten opvangt (in een gastgezin) en elke dierenarts moeten begrijpen hoe socialisatie werkt. Alle mogelijkheden en onmogelijkheden van socialisatie kennen en deze respecteren. Een gebrekkige socialisatie zorgt voor angst voor mensen, andere dieren en de leefomgeving waardoor zij omringt zijn. Veel gedragsproblemen zoals plassen in huis en agressie (zowel naar mensen als andere katten) zijn vaak een uiting van dergelijke angst.

Lekker in je Vacht heeft dit artikel geschreven als een makkelijke, toegankelijke en informatieve bron. Na het lezen hiervan, weet je wat socialisatie is, wat de mate van socialisatie voor gevolgen heeft. En hoe je rekening kan houden met de mate van socialisatie van katten. Elke kat heeft zijn eigen unieke behoefte en dit is de sleutel om hun leven te redden. Elke kat verdient een gouden mandje, maar deze ziet er niet voor elke kat hetzelfde uit. Door dit te respecteren, kunnen we zorgen voor maximaal welzijn van elke kat.

Onderwerpen van deze Blog hide
14 Heb je iets te vragen of wil je advies?

Alle jonge dieren ontwikkelen zich op een vergelijkbare manier

Alle dieren maken eenzelfde ontwikkeling door wanneer zij heel jong zijn. De hersenen ontwikkelen zich volgens een voorspelbaar patroon. De basis hiervoor is al aanwezig bij de geboorte. Tijdens een bepaalde korte periode groeien de hersenen heel snel en zijn goed vormbaar. Daarom wordt deze periode ook wel gevoelige of kritische periode genoemd. Elke diersoort kent zijn eigen gevoelige periode, bij katten ligt deze tussen week 2 en 7.

Hoe de hersenen zich ontwikkelen wordt bepaald door de ervaringen die jonge dieren in deze korte (gevoelige) periode opdoen. Alles wat ze tijdens deze periode meemaken en ervaren, vormt de hersenen op een bepaalde manier. De hersenen ontwikkelen zich dus op een bepaalde manier door wat het jonge dier dagelijks meemaakt.

Tijdens de socialisatieperiode moet het jonge dier daarom geleidelijk aan allerlei betekenisvolle prikkels worden blootgesteld. Prikkels komen binnen via de zintuigen:

  • Ogen (zien)
  • Oren (horen)
  • Huid (voelen van vormen, temperatuur, structuren)
  • Neus (ruiken)
  • Tong (proeven)
  • Binnenoor (evenwicht)

Wat relevante prikkels zijn voor een jong, hangt af van de omgeving waarin zij als volwassen dier zullen leven. Voor huiskatten die bij mensen in huis zullen leven zijn dat bijvoorbeeld:

  • Soortgenoten (andere katten)
  • Volwassen mensen en kinderen
  • Andere dieren waarmee zij samen gaan samenleven (bv honden)
  • Huiselijke ervaringen (pannen, stofzuiger, muziek, structuren om op te lopen, paraplu’s, verkeer etc.)

Socialisatie is een leerproces (inprenting) tijdens de gevoelige periode

Vaak bedoelen mensen wanneer ze het hebben over socialiseren eigenlijk “wennen aan mensen”. Maar het socialiseren van een kat houdt  zoveel veel meer dan dat in. Socialiseren is een leerproces waarbij een pasgeboren of zeer jong dier gedrag ontwikkelt van herkenning en aantrekking. Dat kan een ander dier zijn of zijn eigen soort. Tijdens deze korte periode wordt het brein ook als het ware voorgeprogrammeerd over de leefomgeving waarin hij geboren is. Dit leerproces heet “inprenting” omdat bepaalde ervaringen als een soort blauwdruk in het geheugen worden ingeprent. Socialisatie vindt bij kittens plaats in week 2-7 (en ook alleen dan) tijdens de zogenaamde gevoelige of kritische periode.

Ze leren dan welke aspecten en dieren in hun omgeving zij als normaal en veilig kunnen beschouwen.

Jonge dieren ontwikkelen zich snel omdat ze kwetsbaar zijn

Dat pasgeboren en jonge dieren zich snel ontwikkelen heeft een goede reden. Ze zijn enorm kwetsbaar. Die korte gevoelige periode zorgt voor een deftige overlevingsuitrusting. Tijdens deze periode kan en moet het dier zeer snel en makkelijk informatie uit zijn omgeving opnemen. Zo wordt het dier uitgerust met de juiste kennis over wat veilig of gevaarlijk is in zijn leefomgeving.

Dieren leren tijdens de gevoelige periode hoe zij zich moeten gedragen

Deze periode begint als de zintuiglijke ontwikkeling zover is ontwikkeld dat relevante prikkels kunnen worden waargenomen en verwerkt.  Oftewel wanneer zij kunnen voelen, zien en horen. Dit is ook het moment dat ze minder lang bij de moederpoes drinken. Daarentegen besteden ze meer tijd aan het onderzoeken van de wereld en aan spel. Hij eindigt bij de kat rond de 7 weken. Of er net als bij de hond sprake is van een tweede socialisatieperiode is onbekend, maar wordt op dit moment in ieder geval niet ondersteund door de literatuur.

Hij leert wat normaal gedrag is voor het soort dier waartoe hij behoort. Hij leert dieren als zijn soortgenoten te herkennen en hoe hij hiermee moet omgaan. En ook leert hij hoe hij normaal reageert op gebeurtenissen in zijn omgeving. Daarnaast leert hij hoe hij normaal en passend met zijn omgeving omgaat. Alles wat een dier tijdens de gevoelige periode meemaakt en ervaart dragen hieraan bij. En deze ervaringen maken dus een blauwdruk in het geheugen. Zo wordt een beeld gevormd van hoe de wereld werkt. Die blauwdruk die wordt gemaakt tussen week 2-7 is definitief en onomkeerbaar.

Kittens ontwikkelen vaardigheden die nodig zijn om te overleven in de omgeving waarin ze geboren zijn en opgroeien

Een heel jong dier leert dus wat ervoor nodig is om als een bepaalde diersoort te overleven in de omgeving waarin hij geboren is en waarin hij opgroeit. Elke omgeving heeft zijn eigen prikkels. En elke omgeving zorgt voor andere ervaringen voor een dier. Elke omgeving zorgt er daarom ook voor dat een dier zich anders ontwikkelt. Door deze ervaringen leren kittens wat zij in hun omgeving als normaal en veilig kunnen zien. En wat gevaarlijk is. Ze ontwikkelen vaardigheden die nodig zijn om als kitten te overleven in de leefomgeving waarin ze geboren zijn.

De ervaringen van een kitten die geboren is in het bos

Zo leert een kitten dat in het bos is geboren bijvoorbeeld hoe een ondergrond van zand, bladeren of gras loopt. Wat er gebeurt als ze erin springt en hoe dit graaft. Door deze ervaring leert een kitten goed te balanceren, graven, spelen en lopen op deze ondergronden. Hij raakt hieraan gewend en op ingespeeld. Een kitten leert de verschillende bosgeluiden en geuren te koppelen aan de bijbehorende dieren, planten of weersinvloeden. De kitten raakt zo vertrouwd met deze bosgeluiden en schrikt hier niet meer van. Ze leren wanneer de zon ondergaat en weer opkomt en passen hun ritme hierop aan met behulp van hun inwendige klok.

Daartegenover staat ook, dat deze boskittens niks hebben geleerd over het leven met mensen in een huis. Kittens die buiten zijn opgegroeid hebben daarom een heel ander beeld van de wereld dan kittens die in huis zijn opgegroeid. Hun ontwikkelde vaardigheden passen niet bij het leven in een huis.

Aan het einde van week 7 heeft een kitten dus een hele set aan vaardigheden geleerd om zichzelf te kunnen reddden in de omgeving waarin ze is geboren en opgegroeid. Alles waarmee de kitten niet, onvoldoende of op een negatieve manier in aanraking is gekomen tijdens die eerste 7 weken, zal later angst oproepen. Na die 7 weken is deze angstreactie volledig van kracht. 

socialiseren

Voor een goede match past de leefomgeving waarin de kitten is opgegroeid bij zijn latere huisje

Als een kitten later als huiskat gehouden wordt, is het belangrijk dat deze de juiste ervaringen en prikkels heeft gehad die horen bij het in huis wonen met mensen. Tijdens het socialiseren maken we gebruik van de kennis die we hebben over de ontwikkeling van kittens. Door ze in week 2-7 ervaringen te bieden die passen bij een leven met mensen en andere dieren (honden) in een huis, worden het huiskatten. Dit is tevens een belangrijke voorwaarde om een stressvrije en angstvrije huiskat te worden.

Voor een goede match is het belangrijk dat de omgeving waarin de kittens opgegroeid zijn, lijkt op de omgeving waarin zij terecht komen. Kittens groeien op met een bepaalde verwachting van de leefomgeving en hebben vaardigheden opgedaan die passend zijn bij deze omgeving.

Socialiseren op leefomgeving – De huiskat

Voor een kitten die later als huiskat gehouden zal worden, is het dus belangrijk dat deze allerlei prikkels ervaart en ervaringen opdoet die passen bij het leven van een kat die in huis leeft. Zo leren zij vertrouwd te raken met huiselijke situaties en leren zij deze als normaal en veilig te beschouwen. Alleen zo zullen ze er als volwassen kat niet angstig op reageren.

Onze boskittens hebben bijvoorbeeld nog nooit een deurbel gehoord. Het horen van een hard, onbekend geluid betekent in de natuur ‘gevaar’. Onze boskittens zullen daarom erg schrikken van het horen van een deurbel omdat deze vreemd voor ze is en dat zal ze bang maken. Voor een kat die in huis komt te wonen, is het dus belangrijk om hier mee kennis te maken tussen week 2 en 7.

Relevante prikkels en ervaringen voor een huiskat

Zo moeten kittens bijvoorbeeld ook kunnen ervaren hoet het is om te lopen op verschillende vloeroppervlakken in huis zoals laminaat, steen of vloerbedekking. Kunnen kennis maken met verschillende soorten voeding en kattenbakvulling. Ze moeten vertrouwd raken met geuren zoals pas gewassen was, koffie in de morgen, menseneten, schoonmaakmiddelen. En leren om meubels, gordijnen en kunstmatig licht te zien als normaal aspect van hun leefomgeving.

Het horen van allerlei huiselijke geluiden zoals de tv, radio, de wasmachine, de vuilniswagen of de deurbel zorgt ervoor dat ze dit als onderdeel van hun normale leefomgeving zullen beschouwen. Door kennis te maken met specifieke situaties zoals visite of het openen van een paraplu leren ze dat dit niet iets is om bang voor te zijn. Ze moeten vervolgens ook vaardigheden opdoen om in huis te kunnen wonen. Zo moeten ze bijvoorbeeld leren hoe een deur opent en hoe ze een trap oplopen.

Socialisatie op de leefomgeving kent verschillende gradaties

De leeftijd van de kitten waarop je begint met socialiseren bepaalt de mate van socialisatie

Het gaat er niet alleen om welke prikkels en ervaringen kittens hebben. Maar ook hoevaak ze die meemaken, hoe ze die meemaken en vanaf welke leeftijd. Kittens die pas met 4 à 5 weken te maken krijgen met een huiselijk leven (en mensen) hebben een grote socialisatie deficiëntie. Een socialisatie deficiëntie betekent een gebrek aan socialisatie. Deze kittens hebben zich de eerste paar weken aangepast aan de omgeving waarin zij geboren en opgegroeid zijn, bijvoorbeeld in het bos.

Wanneer je ze vervolgens vangt en opvangt, hebben ze nog maar 2 tot 3 weken om snel en goed te leren wat dit precies inhoudt. En ze hebben dus ook nog maar zo’n korte periode om goed en snel vaardigheden op te doen die nodig zijn om in huis te kunnen leven. Deze kittens missen weken aan ontwikkeling die katten die in de huiskamer opgroeien wel hebben. Na die 7 weken kunnen kittens echt nog wel iets leren, maar niet zo snel en makkelijk als tijdens de gevoelige periode. En de basis die wordt gevormd tijdens die eerste 7 weken is vrij definitief en permanent.

Het maakt in dit geval niet uit hoe lief het opvanggezin is waarin de kitten terecht komt – nou ja, dat maakt natuurlijk wel iets uit – maar het verandert in ieder geval niets aan de ontwikkeling van de kitten. Deze ontwikkeling zul je ook terug zien aan het gedrag van de kat. Het zal in het algemeen angstiger zijn en moeilijker kunnen omgaan met veranderingen. Deze angst kan zich uiten in probleemgedrag zoals onzindelijkheid en agressie.

De veilige basis (het nest en moederpoes) van de kitten bepaalt de mate van socialisatie

De moederpoes en het nest biedt een kitten een veilige haven. Dit biedt de kitten voldoende veiligheid en zekerheid om in alle rust de wereld te kunnen ontdekken en ervaren. De aanwezigheid van een sociale, rustige moederpoes draagt dus bij aan een goede socialisatie van de kitten(s). Hoe angstiger en gestrester de moederpoes is, hoe terughoudender en voorzichtiger de kittens zullen zijn. Kittens zijn bijvoorbeeld sneller geneigd om mensen te benaderen wanneer er een rustige, niet angstige moederpoes bij is. Ook de kitten zijn nestgenootjes helpen bij de socialisatie. Kittens voelen zich zekerder in de aanwezigheid van hun nestgenootjes.

Ook zorgt aanwezigheid van de moederpoes ervoor dat kittens zich emotioneel en gedragsmatig normaal kunnen ontwikkelen. Dit zorgt er bijvoorbeeld voor dat kittens geen overmatige angst ontwikkelen. Vroege moederscheiding kan zorgen voor angst en agressie en het leervermogen aantasten.

De verscheidenheid aan prikkels en ervaringen die een kitten opdoet bepaalt de mate van socialisatie

Een goed gesocialiseerd kitten heeft te maken gehad met een verscheidenheid aan relevante huiselijke prikkels en ervaringen. Hoe prikkelarmer de omgeving is, hoe groter de kans een kitten heeft op een socialisatie deficiëntie. In een prikkelarme omgeving met gedimde lichten, minder geluiden, en een onveranderlijk uitzicht worden de hoeveelheid prikkels beperkt. Kittens die (deels) in een kooi of op een zolderkamer opgroeien, hebben bijvoorbeeld een grote kans op een socialisatie gebrek, doordat het prikkelarme ruimtes zijn. Hoe minder prikkels, des te groter het socialisatie gebrek. Goede fokkers besteden veel tijd aan de socialisatie van hun (ras)kittens en zorgen ervoor ze de juiste prikkels krijgen.

Naast deze prikkels moeten de kittens ook kunnen ervaren op allerlei mogelijke manieren wat het is om als kat in een huis te wonen (zoals hierboven beschreven). Hoe minder ervaringen de kitten kan opdoen, des te groter ook weer de kans is op een socialisatie gebrek. Het is voor een (eenmalige) fokker die kittens opvoedt, of een gastgezin die kittens socialiseert dan ook belangrijk om zich te realiseren dat de socialisatie van kittens meer inhoudt dan ze te wennen aan mensen.

Hoevaak ze deze prikkels en ervaringen opdoen bepaalt de mate van socialisatie

Het maakt ook veel uit of een kitten prikkels en ervaringen één keertje, meerdere keren of dagelijks en constant meemaken. Voor goed gesocialiseerde kittens is het nodig dat zij de prikkels en ervaringen die horen bij het in huis wonen, dagelijks en constant meemaken. Natuurlijk kun je de verschillende prikkels doseren, je wilt ze ook niet overweldigen met nieuwe indrukken. Maar eens een keertje iets zien, voelen, proeven of horen is niet genoeg. Een goed gesocialiseerd kitten wordt dus tijdens week 2-7 dagelijks en constant omringt met huiselijke situaties (en mensen). Een goed gesocialiseerd kitten is geboren en opgegroeid in de woonkamer.

Hoe minder gevarieert die huiselijke situaties en prikkels waren, en hoe minder vaak zij aanwezig zijn, hoe gebrekkiger de kitten zijn socialisatie op een huiselijke situatie is. Kittens die (deels) opgegroeid zijn in een schuur, stal, bijkeuken, of buiten missen de constante van bepaalde prikkels en ervaringen van het opgroeien in de woonkamer. Zo kunnen zulke kittens bijvoorbeeld nog nooit iemand hebben zien binnenkomen met een paraplu. Wellicht hebben ze nog nooit een vuilniswagen voorbij horen rijden en nog nooit een rammelende bos sleutels gehoord. Dit zorgt ervoor dat later angstiger zullen zijn in huiselijke situaties.

Hoe minder van deze ervaringen een kitten opdoet, hoe gebrekkiger zijn socialisatie is

Natuurlijk is het goed mogelijk dat een kat van de boerderij of een straatkat je grootste vriend wordt. Dat je met veel tijd, liefde en geduld zijn vertrouwen wint en hij daarom graag komt knuffelen. Voor mensen is dit meestal genoeg om te stellen dat de adoptie dan geslaagd is. Het is belangrijk om je te realiseren dat knuffelen niet zoveel zegt over het geluk van de kat zelf. Veel knuffelen kan zelfs een teken van ziekte of stress zijn, het stelt de kat namelijk gerust. Een kat die telkens in de stress schiet wanneer er bezoek is, angstig reageert wanneer de vuilniswagen langsrijdt,  nieuw gekochte spullen in huis ondersproeit of langs de nieuwe pup sluipt, zit niet lekker in zijn velletje.

Hoe meer en vaker een kitten huiselijke ervaringen opdoet, hoe beter hij raakt ingespeeld op alles in huis. En hoe beter hij gesocialiseerd is op een leven in huis. Hoe minder van deze ervaringen een kitten opdoet, hoe gebrekkiger zijn socialisatie is.

Goed gesocialiseerd of sociaal betekent niet hetzelfde als knuffelig

Domesticatie van katten

Katten zijn al duizenden jaren onze metgezel en leven met en naast ons – zowel binnen als buiten. Uit onderzoek is gebleken dat de voorouders (Felis Sylvestris) van de kat ons waarschijnlijk uit zichzelf heeft opgezocht. De mens met zijn warme en voedselrijke graanschuren bood de kat allerlei voordelen. Katten hebben hun gedrag waarschijnlijk aangepast om dichterbij de mens te leven. De dapperste katten overwonnen wat van hun angst om zich te goed kunnen doen aan de overvloed aan muizen en voedingsafval. En om lekker warm te kunnen slapen in een schuur of stal. Sommige katten leerden dus om de mens in zijn nabijheid te accepteren.

Domesticatie is het aanpassingsproces van wilde dieren naar dieren die door mensen worden gehouden. Domesticatie heeft alles met angst te maken. Door met dieren te fokken die van nature minder angstig zijn voor mensen, ontstaan er steeds tammere dieren. Een diersoort wordt als gedomesticeerd beschouwd wanneer deze zich generaties lang heeft aangepast om met of onder mensen te leven. En zo ontstond de gedomesticeerde kat, Felis catus.

Gedomesticeerd is niet hetzelfde als gesocialiseerd

Alle katten waarmee we vandaag de dag samenleven, behoren tot de gedomesticeerde kat, Felis catus. Of ze nu wel of niet gesocialiseerd zijn. Hoewel elke kat gedomesticeerd is, zijn ze niet allemaal gesocialiseerd. Dat betekent dus alleen dat de gedomesticeerde katten van nu niet zo extreem bang zijn voor mensen als sommige van hun wilde voorouders. En het betekent ook dat de Felis catus prima zijn eigen leven kan lijden en daarbij mensen in zijn nabijheid accepteert als hem dat voordelen oplevert. Maar dat is dus een kwestie van mensen op redelijke afstand accepteren. En dat is meestal niet wat wij mensen willen, we willen graag een lieve kat die komt knuffelen en het fijn vind om bij zijn baasjes te zijn. Geen acceptatie van de mens maar een familiegevoel. En voor dat laatste is socialisatie op mensen nodig.

Katten moeten leren dat contact met mensen fijn is
Huiskatten hebben nog steeds dezelfde instincten als hun wilde voorouders. Ze voelen zich prettig buiten en kunnen onafhankelijk van mensen overleven. Dat komt omdat katten gedurende het grootste deel van de geschiedenis geheel of deels buiten leefden en voor zichzelf zorgden. Commercieel kattenvoer is pas in de jaren 70 geïntroduceerd! De meeste scheepskatten en stalkatten leefden daarom wel in de nabijheid van mensen, maar moesten nog steeds hun eigen maaltje vinden. Katten hebben van nature geen behoefte aan contact met mensen, dit moeten ze leren. Dat leren ze door socialisatie.

Van nature heeft een kat geen behoefte aan echt contact met de mens. Dit moeten ze leren. Katten moeten leren om mensen in hun leefomgeving als iets veiligs en vertrouwds te zien. Dit leren ze door lang genoeg, herhaaldelijk, intensieve en positieve ervaringen op te doen met mensen in week 2-7. Op deze manier socialiseren we katten op mensen. Dit zorgt ervoor dat katten leren om mensen als normaal en veilig onderdeel van zijn leefomgeving te zien. Een goed gesocialiseerde kat ontwikkelt geen angst voor mensen.

Wanneer een kitten opgroeit zonder de aanwezigheid van mensen (en kinderen), mist hij deze interactie. Hierdoor ontwikkelt de kat wel angst voor mensen (of kinderen). 

Kittens goed hanteren helpt bij de socialisatie op mensen

Uit onderzoek blijkt dat het helpt om kittens al heel jong op de juiste manier te hanteren. “Hanteren” betekent betekent hoe dieren reageren op en omgaan met de kittens. Dus bijvoorbeeld hoe je ze benadert. Of en hoe je ze optilt of aait. Kittens kunnen onderscheid maken tussen verschillende manieren van hanteren (ruw of zachtjes). Door rustig en zachtjes met de kittens om te gaan leren ze mensen te koppelen aan iets veiligs en fijns.

  • Zachtjes praten tegen kittens terwijl je ze aait, helpt het hanteren een fijne ervaring te maken
  • De meeste kittens vinden het prettig om enkel op het kopje en rond de kin, nek en flanken geaaid te worden
  • Ruw spelen met de kittens kan ervoor zorgen dat ze later agressief gedrag vertonen naar mensen
  • Hoe meer contact de kittens met verschillende mensen hebben (mannen/vrouwen, kinderen/volwassenen etc.) hoe socialer de kittens zullen opgroeien
  • Door de kittens door minimaal 4 verschillende mensen te laten hanteren zullen kittens minder eenkennig worden. En dit helpt om mensen meer in het algemeen als iets veiligs te zien
  • Kittens die dagelijks een uur gehanteerd worden gedurende de gevoelige periode zijn minder angstig voor vreemde mensen en objecten
Van nature hebben katten geen behoefte aan contact met mensen, dit moeten ze leren

Laten we eens terug kijken op onze kittens die zo dartelend in het bos zijn opgegroeid. Deze kwamen in aanraking met insecten, andere kittens en vogels. Mensen maakten geen onderdeel uit van de bosomgeving waarin ze zijn geboren en opgegroeid. Alles waarmee een kat tussen week 2 en 7 niet, onvoldoende of op een negatieve manier in aanraking komt zal later angst oproepen. Dat betekent dus dat onze boskittens van 7 weken oud, die nooit mensen hebben gezien, gehoord of gevoeld zeer angstig zullen zijn en ook blijven voor mensen. De kittens zijn immers “af”. Ze hebben hun overlevingssetje voor in het bos ontwikkeld. En mensen maakten hier geen onderdeel van uit.

Uit onderzoek blijkt dat wanneer kittens nooit in aanraking zijn geweest met mensen gedurende de eerste 6 weken van hun leven, ze niet meer in staat zijn om te wennen aan mensen. Dit zijn zogenaamde wilde kittens. Worden deze kittens toch gedwongen om binnenshuis met mensen te leven, zullen zij chronische stress ervaren. Dit komt voort uit de angst die ervaren hebben voor mensen en huiselijke situaties. Chronische stress is heel belastend voor het kattenlijf en maakt ze gevoelig voor ziekten.

50 tinten van socialisatie op mensen

Een goed gesocialiseerde kat op mensen zal nooit angst voor mensen hebben ontwikkeld. Een kat die onvoldoende of helemaal niet gesocialiseerd is, kent die angst wel. Hoe angstig ze zijn, hangt af van hoelang zij in aanraking zijn geweest met mensen. Het is dan enkel mogelijk dat deze katten hun angst voor mensen enigszins overwinnen. Maar die angst overwinnen is dus niet hetzelfde als socialiseren. Dit verloopt moeizamer en levert vaak niet meer dan een acceptatie op van de mens en niet een familiegevoel, zoals dat het geval is bij socialisatie in de inprentingsperiode.

Waarom een boerderijkat nooit een echte huiskat wordt

In het bos komen kittens niet in aanraking met mensen. Mensen zullen dus angst oproepen bij kittens die zo opgegroeid zijn. Op de boerderij komen kittens vaak wel dagelijks maar niet constant in aanraking met mensen. Deze kittens zullen niet zo angstig zijn voor mensen als de boskittens, maar ook niet zo’n familiedier worden als een (op mensen) goed gesocialiseerde kat. Boerderijkittens bijvoorbeeld vaak dagelijks eventjes geknuffeld door de kinderen. De rest van de tijd brengen zij alleen door met nestgenootjes en de moederpoes. Dit is niet genoeg om een kat echt goed te socialiseren op mensen. Het gevolg hiervan is een socialisatiegebrek. Hoe groot dit gebrek is, hangt af van de frequentie en de intensiteit van het contact. Het gebrek is bij de meeste boerderijkatten groot. Omdat zij niet dagelijks, herhaaldelijke positieve interactie met mensen hebben die nodig is voor een goede socialisatie (op mensen).

Als een kitten nooit met mensen omgaat, zal ze ongesocialiseerd opgroeien. Tegelijkertijd zijn katten ook uniek, geen twee katten zijn hetzelfde. Daarom is socialisatie zoveel meer dan de twee uitersten: gesocialiseerd of niet-gesocialiseerd. Er is een hele wereld aan grijs gebied tussen die twee punten. Er zijn vele gradaties van socialisatie bij katten. En dat betekent ook dat de gouden mandjes die daarbij horen en gezocht moeten worden, voor elke kat er anders uitziet.

Een gouden mandje kan er voor elke kat anders uitzien
Wat is een gouden mandje? Een katvriendelijk huis en een lief, zorgzaam baasje? Voor goed gesocialiseerde katten wel. Maar voor gebrekkig gesocialiseerde katten of katten die helemaal niet gesocialiseerd zijn, ziet een gouden mandje er heel anders uit. Voor deze katten is vrijheid belangrijker en deze katten zullen minder of geen behoefte hebben aan menselijk contact. Door behoeften te herkennen, erkennen en respecteren kunnen we alle katten voorzien van een juiste gouden mandje.
De ongesocialiseerde (wilde) kat

Een volwassen kat of kitten die in de eerste 6 weken van zijn leven nooit te maken heeft gehad met mensen noemen we ongesocialiseerd. De meer bekende term voor deze katten is ook wel “wilde kat”. Deze katten voelen zich buiten het meest thuis, waar ze omringt is door haar kattenfamilie.

Mensen en alles wat ermee te maken heeft, zoals stemmen, voetstappen, grasmaaiers of zelfs elektrische blikopeners voor kattenvoer, zal angst oproepen. Wilde katten gedijen buiten en zijn niet afhankelijk van mensen die ze rechtstreeks voeren. Ze zijn bedreven in het vinden van hun eigen eten. Van gevangen prooien tot de voedselresten die mensen weggooien.

Helaas blijkt uit onderzoek dat katten die in de eerste 6 weken van hun leven nooit in aanraking zijn geweest met mensen, ook niet meer stressvrij met mensen in een huis kunnen leven. Deze kittens kun je niet meer socialiseren, ze hebben het tijdsraam waarin dit mogelijk is gemist.

Dat betekent niet automatisch dat het niet zal lukken om deze kittens ’tam’ te krijgen. Het betekent ook niet dat het onmogelijk is om ze met heel veel tijd en liefde zover te krijgen dat je ze kan aanraken. Ook deze kittens zullen mogelijk in staat zijn om wat van hun angst te overwinnen. En sommige kunnen leren om mensen te accepteren. Dit kan dus zeer zeker wel en dit gebeurd ook op grote schaal vanuit de allerbeste bedoelingen. Wij mensen geloven namelijk dat elke kat beter af wanneer hij in een huis woont met een zorgzaam baasje. Het adoptieproces wordt vervolgens als een groot succes bestempeld wanneer de eigenaar de kat kan knuffelen.

De ongesocialiseerde kat zijn gouden mandje

Maar doen we de kat hier ook een plezier mee? Past dit scenario echt het beste bij de behoefte van de katten en hoe zij zich ontwikkeld hebben? Het antwoord is nee. Deze katten doe je geen plezier door ze in huis te nemen. En ook niet door ze op te vangen in een asiel. Ze zijn op straat geboren en weten ook niet beter dan dat zij voor zichzelf moeten zorgen.

Deze katten hebben ook geen behoefte aan (innig) contact met mensen. Ze zullen geen sociaal gedrag vertonen naar mensen. Deze katten zullen nooit stressvrij en gelukkig kunnen leven in een huis met mensen. Het proberen te socialiseren en opsluiten van wilde zwerfkatten geeft ernstige chronische stress. Dit uit zich in ernstige angstklachten waardoor deze katten hun natuurlijke gedrag niet kunnen vertonen in een reguliere leefomgeving die we onze huiskatten bieden.

Een wilde kat kan prima voor zijn eigen kostje zorgen. Daarentegen kunnen deze katten wel wat extra verzorging gebruiken van mensen die zich hun lot aantrekken. Ze lopen namelijk het risico om ziektes op te lopen en om last te krijgen van wormen en vlooien. Deze katten kun je dan ook het beste helpen door ze te ondersteunen, maar dan daar waar ze al leven. Bijvoorbeeld met lekker warme schuilhuisjes in de winter. Beperkt bijvoeren. Eventueel medische zorg wanneer dat nodig is. Wanneer een huisje gevonden moet worden voor een beetje tamme kat, kan deze worden gehouden als buitenkat op een boerderij, camping of buitenplaats.

De verwilderde (zwerf)kat

socialiseren zwerfkat

Het grote verschil met een wilde kat is dat een verwilderde kat wel gesocialiseerd is, maar dat deze lang geen contact heeft gehad met mensen. Deze katten hadden dus ooit wel een huisje en een baasje, maar zijn op de een of andere manier op straat terecht gekomen. Net als katten zullen ook andere gedomesticeerde dieren, zoals paarden, kippen en varkens, verwilderen als ze lang genoeg wegblijven van mensen. Ze raken het contact met mensen dan ontwend en raken vervreemd. Het geleerde in de socialisatiefase gaat verloren als het contact met mensen en de huiselijke leefomgeving geen constante meer is.

Katten hebben nog steeds drie van de vier poten stevig in het wild staan, en binnen slechts een paar generaties kunnen ze gemakkelijk terugkeren naar de onafhankelijke manier van leven die zo’n 10.000 jaar het exclusieve domein was van hun voorouders. Maar als een zwerfkat opnieuw wordt blootgesteld aan regelmatig menselijk contact, kan ze weer gesocialiseerd worden.John Bradshaw (kattengedragsexpert/bioloog)
De verwilderde zwerfkat zijn gouden mandje

Verwilderde zwerfkatten lopen het risico om onvoldoende voedsel en water te vinden omdat zij nooit voorbereid waren op hun zwerfbestaan. Daarnaast lopen ze meer risico om infectieziekten en parasieten op te lopen. Zwerfkatten worden sneller ziek door een lagere weerstand door een gebrek aan goede voeding en schuilplekken.

Op voorwaarde dat een verwilderde huiskat enkele dagen tot drie weken de tijd krijgt, kan deze weer sociaal gedrag gaan vertonen. Dat wordt ook wel hersocialisatie genoemd en dit is dus enkel mogelijk als de kat als kitten gesocialiseerd is. Deze katten kunnen uiteindelijk ook weer gewoon herplaatst worden via de dierenopvang.

Vinden er binnen twee à drie weken, deHet verschil met de wilde kat is dat die geen sociaal gedrag gaan vertonen. tekenen van resocialiseren niet plaats, dan gaat het om een ongesocialiseerde wilde kat. In het geval van een wilde kat is het terugzetten op de plek van herkomst het meest katwaardig.

De gesocialiseerde huiskat

De “huiskat”, zoals veel mensen katten noemen die binnenshuis bij mensen leven, zijn gesocialiseerd op mensen. Zij hebben als jong kitten in minder of meerdere mate contact gehad met mensen en zijn in huis opgegroeid. Zij voelen zich op hun gemak in huis en wanneer zij worden aangeraakt. Deze katten kunnen zowel binnen leven als ook buiten komen. Deze katten zijn voor hun eten en verzorging afhankelijk van mensen. Binnen deze groep van gesocialiseerde katten zijn er ook weer verschillende gradaties zoals we eerder al schreven.

Werk je met opvangdieren, dan is het goed om hier eens bij stil te staan. Mensen zetten zich vaak belangeloos en vanuit de allerbeste intenties in voor gevonden katten. Het zou wel zo vriendelijk zijn om per situatie te bekijken of een huisje met mensen echt wel een gouden mandje betekent voor de kat die gevonden is. Niet elke kat wordt gelukkig van een huis en een baasje. Wellicht is het beter om te zoeken naar een plekje op een boerderij of binnenplaats waar de kat niet zoveel te maken heeft met mensen.

Socialiseren op andere katten

Een kat moet lang genoeg (minimaal 12 wk) met andere kittens opgroeien om 1) te leren dat katten soortgenootjes zijn en 2) om te leren hoe hij goed met andere katten omgaat.

Een sociale kat is niet hetzelfde als een knuffelige of lieve kat, dat wordt hier niet mee bedoeld. Een sociale kat heeft als kitten voldoende tijd (minimaal 12 wk) gekregen om sociale vaardigheden van andere nestgenootjes te leren. En ze hebben ook geleerd om andere katten als soortgenoten te zien. Katten die 6 weken of langer nooit of maar weinig met andere katten in aanraking zijn geweest, hebben nooit geleerd om katten als hun eigen soortgenootjes te zien. 

Kittens moeten de lichaamstaal van andere katten leren herkennen

Ze leren in het nest van andere kittens bijvoorbeeld om een boze of bange kat te herkennen. Je weet waarschijnlijk zelf ook wel een aantal kenmerken op te noemen waaraan je een bange kat herkent. Een heel bange kat (plaatje) herken je bijvoorbeeld aan grote pupillen, platte oren, een in elkaar gedoken houding en een lage staart. Een kitten leert dat een ander kitten bang is en wat dit betekent, door dit te ervaren. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor angst. Een kitten leert alle gemoedstoestanden te herkennen door maar lang genoeg om te gaan met andere kittens.

Kittens leren van andere kittens hoe ze gepast op elkaar reageren

Een kitten leert met genoeg tijd dus van zijn broertjes en zusjes hoe bange, blije, speelse of boze kittens eruit zien. Vervolgens moeten kittens ook leren hoe ze hier gepast op reageren. Een kat die minimaal 12 weken in het nest is gebleven heeft als voorbeeld geleerd om een bange kat genoeg afstand te geven. Sociale katten hebben ook geleerd hoe ze een bange kat gerust kunnen stellen door middel van kattentaal.

Ze hebben een heel repertoire aan gedrag om de ander te laten zien dat ze geen kwaad in de zin hebben. Zo kunnen zij zich bijvoorbeeld minder bedreigend maken door te gaan liggen of door langzaam te knipperen met de ogen. Heel kenmerkend voor vroeggescheiden katten – die dus niet geleerd hebben hoe ze gepast reageren op angst – is dat deze geen afstand bewaren en zelfs bovenop de angstige kat springen. Vervolgens loopt dit dan uit op een gevecht. Een kat die te vroeg uit het nest is gehaald heeft nooit de kans gekregen om dit te leren.

Kittens leren grenzen aangeven en herkennen door met elkaar te spelen

Ook leren kittens elkaars grenzen herkennen en hoe ze deze moeten aangeven. Door samen te spelen leren ze bijvoorbeeld hoe hard ze in het oor van hun zusje kunnen bijten voordat deze gaat piepen (=grens aangeven). Vroeggescheiden katten hebben nooit geleerd om deze grenzen goed te herkennen en weten niet hoe zij hier goed op reageren. In de praktijk zien we daarom dat deze katten harder bijten en niet stoppen wanneer de ander aangeeft dat hij iets niet wil. Dit zorgt vervolgens weer voor angst bij de kat waarvan de grenzen niet worden gerespecteerd. Je kunt je misschien wel voorstellen dat dit voor grote problemen zorgt in de interactie tussen je katten.

Katten die te vroeg (voor 12 wk) uit het nest zijn gehaald zijn alleen beter af
Omdat de sociale basis onderdeel is van de vroege ontwikkeling van je kat is deze onverandelijk. Een kattengedragstherapeut kan daarom helaas de problemen die hierdoor ontstaan niet bijsturen. Het beste kun je daarom helemaal geen andere kat plaatsen bij een vroeggescheiden kat.
Wat moet je doen als er al een (niet sociaal) kitten of kat in huis is en dit niet goed gaat?

Deze vraag wordt ons dagelijks wel gesteld en het is heel erg begrijpelijk dat je in korte tijd al gehecht bent aan de nieuwkomer. Wellicht ben je helemaal verliefd geworden op de nieuwe kat toen je ging kijken. Dat is ook de reden waarom we zoveel informatie delen op Lekker in je Vacht, juist om dit soort teleurstellingen te voorkomen. Want hoe verliefd je zelf ook bent op de nieuwkomeling, je eigen kat ervaart dit anders.

Het beste wat je voor je kat kan doen in deze situatie, is erkennen dat je kat eenmaal nooit de kans heeft gehad om te leren hoe hij met andere katten moet omgaan. En daarom de sociale basis mist die nodig is om vriendjes te worden met een andere kat. Deze katten zijn (een beetje oneerbiedig, maar simpel gezegd) sociaal gehandicapt. Wanneer je een of twee katten hebt die vroeggescheiden zijn is de kans dat zij vriendjes worden héél klein. In deze situatie is het daarom het meest zorgzaam en liefdevol voor je kat om een nieuw huisje te zoeken voor de nieuwkomeling. Het is niet zo vriendelijk richting je eigen kat om de nieuwkomer te willen houden wanneer je eigenlijk zelf ook al merkt dat dit niet goed gaat.

Geef beide katten voldoende mogelijkheid om elkaar uit de weg te gaan

Het enige dat je kunt doen om de situatie te verbeteren voor je kat is beide katten voldoende mogelijkheden geven om elkaar uit de weg te gaan. Dit kun je doen door de katten vrije toegang in huis te geven. En door bijvoorbeeld de leefomgeving te vergroten door ook gebruik te maken van de vertikale ruimte in huis. Dit kun je bijvoorbeeld doen door een klimwand te maken. Belangrijk is om je te realiseren dat dit ervoor zorgt dat de katten zo min mogelijk stress van elkaar ervaren, maar een hele fijne situatie is het niet voor de katten.

Een voorbeeld van klimwandonderdelen die in onze webshop te koop zijn Om naar de webshop te gaan, klik hier

Socialiseren op andere dieren (honden)

Wil je honden (of andere dieren) met katten combineren dan kan dat prima, mits ze als kitten goed gesocialiseerd zijn op honden. Katten moeten als kitten dagelijks, herhaaldelijke positieve interacties met honden gehad hebben om deze als normaal onderdeel van hun omgeving te zien. Is dit niet het geval, dan is de kat dus niet (goed) gesocialiseerd op honden, en dan zullen honden later angst oproepen. Het maximale wat je dan uit de situatie kunt halen, is dat ze deze angst enigszins overwinnen. Bij een kat die wel goed gesocialiseerd is op honden, ontstaat deze angst helemaal niet.

Bij een niet op honden gesocialiseerde kat zal de aanwezigheid van de hond dus ook altijd stress geven. Het is per kat verschillend of dat een beetje stress of heel veel stress zal zijn. Je kunt dit enigszins ondervangen door de kat genoeg mogelijkheden te geven om de hond uit de weg te gaan en hoge plekken op te zoeken. Maar het blijft een verre van ideale situatie.

Een socialisatie deficientie 

Voor kattengedragstherapeuten is de socialisatie in brede zin een heel belangrijk onderwerp omdat gedragsproblemen vaak in de basis worden veroorzaakt door een socialisatie deficiëntie. Hetzij op mensen, op een huiselijke omgeving, op andere katten, op andere dieren of kinderen. Het komt dus voor in verschillende vormen en mate van ernst. Want het maakt namelijk uit of een kat helemaal geen of soms contact heeft gehad.

Een aantal voorbeelden die worden genoemd in de deskundigheidsverklaring socialisatie (2015):

  1. Langharige of witte katten die tijdens de socialisatiefase alleen op zichzelf lijkende katten hebben gezien kunnen angst en/of angstagressie ontwikkelen voor anders uitziende katten
  2. Wanneer katten nooit kennis maken met jonge kinderen kunnen zij een socialisatie deficiëntie ontwikkelen voor kinderen daarvoor bang zijn
  3. Katten die alleen de fokker(s) hebben gezien en geen andere personen kunnen een angst ontwikkelen voor onbekende mensen
  4. Wanneer de fokker vrouwelijk is en de kittens geen mannen zien, kunnen deze angst ontwikkelen voor mannen, en andersom
  5. Indien katten nooit de geluiden of beelden van verkeer hebben ervaren kunnen ze hier bang voor worden
Neem contact op
Als jij je eigen situatie wil voorleggen aan en wil overleggen met een deskundige, dan maken we daar graag voldoende tijd voor! Je kunt op verschillende manieren contact opnemen. In ons servicegebied kun je een keuze maken.

Vond je deze blog leuk, interessant of nuttig?

Zo kun je ons steunen

De blogs van Lekker in je Vacht zijn altijd gratis, omdat we het belangrijk vinden dat voor iedereen goede informatie beschikbaar is. Problemen voorkomen vinden we veel belangrijker dan genezen. We steken daarom heel veel liefde en tijd in deze blogs.

Leuk weetje: deze blog kostte meer dan 24 uur om te maken.

We krijgen regelmatig de vraag hoe jullie ons kunnen steunen. Dat kan op verschillende manieren:

  1. Bijvoorbeeld door eens een mooi kwaliteitsproduct voor je kat op onze webshop te kopen. We verkopen enkel spullen die ontworpen zijn met de wensen van je kat in het achterhoofd. Je kat vindt onze spullen gegarandeerd leuker dan de doos waar ze in komen!
  2. Een andere manier om ons te steunen is deze blog te delen op je social media
Bronnen:
  • Turner, D.C., Bateson., P (1989) De wereld van de Kat
  • Vinke, C.M. & Schilder, M.B.H. (2015) Deskundigheidsverklaring socialisatie, socialisatie deficiënties en de gevolgen voor
    dierenwelzijn kat.
  • Handboek TNR zwerfkatten – Animal Foundation Platform
  • The Cat Socialization Continuum: A Guide to Interactions Between Cats and Humans, Alley Cat Allies
Denise van Lent
Volg mij

Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.

Consecte libero id faucibus nisl tincidu. Magna etiam tempor orci lobor faculs lorem ipsum.

Instagram feed

Inhoud mag niet worden overgenomen zonder toestemming