Inenten (vaccinatie) is het toedienen van een verzwakt- of onschadelijk stukje virus dat het lichaam stimuleert om stoffen aan te maken die bescherming bieden (afweerstoffen) tegen een infectieziekte.

Wat zijn Infectieziekten?

Infecties door pathogenen

Infectieziekten zijn besmettelijke ziekten die worden veroorzaakt door ziekteverwekkende micro-organismen zoals bacteriën, virussen en schimmels. Deze onzichtbare ziekteverwekkers (pathogenen) zijn overal om de kat heen aanwezig, ook binnenshuis. Pathogenen veroorzaken ziekte door allerlei processen in het lijf van de kat te verstoren. Of er wordt een ontstekingsreactie veroorzaakt, waarbij het afweersysteem van het lichaam wordt geactiveerd.

Hoewel ziekteverwekkende organismen allemaal in staat zijn om de kat ziek te maken, verschillen ze van elkaar als dag en nacht. Ze verschillen onderling qua grootte, voortplanting, structuur, en behoeftes. Hierdoor kunnen ze andere typen ziektes veroorzaken. En ook de manier waarop ze ziekte veroorzaken, verschilt. Om deze reden, zijn sommige ziektes moeilijker te bestrijden en daarom gevaarlijker dan andere. Sommige besmettelijke ziektes zijn niet te genezen met medicijnen en worden gekenmerkt door een ernstig ziektebeeld, vaak met dodelijke afloop. Dit zijn de ziektes waartegen gevaccineerd wordt.

Steeds minder mensen laten de kat vaccineren

Steeds meer mensen laten hun katten niet (goed) vaccineren. “De redenen hiervoor variëren”, zo geeft Dierenkliniek ‘s-Hertogenbosch aan in een recent artikel over de sterfte van 30 jonge asielkatten aan kattenziekte. Soms wordt nog wel gedacht dat het niet hoeft bij binnenkatten, voor anderen spelen de kosten een grote rol. Recent is daar een oorzaak bijgekomen; vooral op social media gaan er spookverhalen rond over vaccinaties. Zo zou je gif bij je kat inspuiten en zou vaccineren levensgevaarlijk zijn. Omdat er steeds minder gevaccineerd wordt, daalt de vaccinatiegraad. In stedelijke gebieden is naar schatting 50-70 procent van de katten niet of onvoldoende beschermd. Zo’n lage dekkingsgraad draagt bij aan het ontstaan van ziekte-uitbraken. Vaccineren beschermt niet alleen individuele katten, maar het geeft ook “groepsbescherming”. Deze groepsbescherming treedt pas op wanneer 75-90% van alle Nederlandse katten zijn gevaccineerd.

Als liefdevol kattenbaasje wil je natuurlijk het allerbeste voor je kat. Je wilt geen gif inspuiten bij je lieverd en hem ook niet onnodig blootstellen aan gevaar. Doe je er nu wel of niet goed aan om je kat te laten inenten? Want vaccinaties kunnen inderdaad bijwerkingen geven. En hoe zit dat met titeren? In deze blog vind je uitgebreide informatie over het nut en de bijwerkingen van inenten, die je kan helpen om een goed afgewogen beslissing te maken om de kat wel of niet te laten vaccineren.

Pathogenen (ziekteverwekkers)

Bacteriën 

Bacteriën zijn eencellige levende wezentjes. Ze zijn honderd keer groter dan virussen, maar toch niet zichtbaar met het blote oog. Ze kunnen zich vermeerderen door zichzelf in tweeën te delen. Sommige bacteriën zijn goedaardig en zelfs onmisbaar. In de darmen zitten bijvoorbeeld (heel veel) bacteriën die helpen om voedsel te verteren. De meest bekende ziekmakende bacteriën zijn Salmonella en E.coli.  Vaak kan de kat op eigen kracht genezen van een bacteriële infectie. Wanneer dit niet het geval is, wordt gekozen voor medicijnen – antibiotica. Dit zijn medicijnen die een groot deel van de bacteriën doden of hun groei afremmen. 

Schimmels

Schimmels zijn grotere, plantachtige organismen zonder bladgroen (het stofje dat planten hun groene kleur geven en zonlicht omzet in voedsel). Omdat schimmels dit stofje missen om hun voedsel te maken, moeten ze voedingsstoffen halen uit hetgeen waar ze op leven. Ze leven in en op hun voedsel. Er bestaan ook nuttige en schadelijke schimmels. Het bekendste voorbeeld van een nuttige schimmel is Penicillium chrysogenum, die het bekende antibioticum ‘penicilline’ vormt! Ze vermeerderen zichzelf minder snel dan bacteriën. Daarentegen kunnen schimmels vaak onder voor bacteriën minder geschikte omstandigheden toch goed groeien.  De meest voorkomende schimmelinfecties van de huid bij de kat worden veroorzaakt door schimmels van het geslacht Microsporum en Trichophyton. Een schimmelinfectie wordt ook wel ringworm genoemd, omdat het een ronde plek is, die zich langzaam uitbreidt.

Virussen: de simpele zielen onder de pathogenen

En dan zijn we aangekomen bij de ‘vreemde eenden’ onder de micro-organismen. Virussen zijn heel kleine, simpele organismen. Deze simpele zielen worden biologisch gezien niet eens als “levend” beschouwd. Simpel gesteld is een virus niets meer dan een pakketje DNA met een jas van eiwit. Deze gevulde-eiwit-jas is op jacht naar een levende cel die hij kan domineren. Een virus is niet zelfstandig in staat om voor zijn eigen groei, vermeerdering of stofwisseling te zorgen. Een virus moet een levende cel binnendringen en overnemen om deze functies mogelijk te maken. Het virus is echter wel in staat om lang buiten de cel te bestaan.

Nu zou het niet zo gek zijn om te denken dat we vast niet zoveel te vrezen hebben van deze simpele zielen? Maar niets is minder waar. Juist omdat ze zo simpel zijn, zijn ze zo gevaarlijk. Antibiotica kan ingezet worden om de groei van bacteriën te remmen of ze zelfs te doden. Maar hoe bestrijdt je iets, dat niet groeit of leeft?

Wanneer een virus een lichaamscel infecteert, neemt hij deze in zijn geheel over. Een virus maakt misbruik van de stofwisseling van de cel. Via de lichaamscel, vermeerdert een virus zichzelf zo snel mogelijk als hij kan. In het geval van ziekmakende virussen gaat dit ten koste van de cel zelf. De nieuw gevormde virusdeeltjes zullen de cel verlaten. Daarna verspreiden ze zich naar nabijgelegen cellen die ook worden overgenomen. Virussen kunnen daarom zeer schadelijke effecten hebben. Gelukkig bezit de kat van nature enkele mechanismen om zich te beschermen tegen virussen en andere pathogenen.

Natuurlijke bescherming tegen pathogenen

lichamelijke barrière

De meeste menselijke en niet-menselijke dieren bezitten een aangeboren bescherming tegen pathogenen. De lichamelijke barrière is de eerste lijn van verdediging tegen indringers die niet in het lichaam thuis horen. De huid en slijmvliezen werken als een soort ondoordringbare muur tegen micro-organismen om het lichaam te beschermen. Wanneer de barrière is aangetast (door een wondje of een vreemd voorwerp) of bij teveel pathogenen, kunnen deze toch het lichaam binnendringen. Wanneer dit gebeurt, is de kat afhankelijk van zijn ‘afweersysteem’.

Immuniteit

Het lijf heeft een groot aantal speciale cellen die samenwerken om ziekteverwekkers af te weren. Ze worden om deze reden ook wel afweercellen genoemd. Alle dieren zijn afhankelijk van deze afweercellen om het binnendringen en infecteren van lichaamscellen af te weren. Dit is een actief proces om het lichaam te beschermen tegen ziekteverwekkers en heet ‘immuniteit’.

Aangeboren immuniteit

Het lichaam van de kat heeft een aangeboren vermogen om ziekteverwekkers te herkennen en te vernietigen. Dit aangeboren vermogen werkt ongeacht of het nu wel of niet eerder in aanraking is geweest met de ziekteverwekker. De afweercellen die hierbij betrokken zijn werken als een soort ‘pacmans’ in je lijf – ze vreten alles wat ze tegenkomen en niet kennen op. Dit aangeboren deel is snel werkzaam maar niet zo heel specifiek. Het is een snelle maar oppervlakkige bescherming tegen ziekteverwekkers. Helaas is dit aangeboren afweersysteem daarom ook niet altijd even effectief. Hieronder een filmpje van het proces waarbij te zien is hoe de pacmans enkele bacteriën opvreten.

Adaptieve (verworven) immuniteit

Veel effectievere bescherming treedt op wanneer de adaptieve immuniteit wordt geactiveerd. Bij deze vorm van bescherming zijn er meer gespecialiseerde afweercellen betrokken. Deze gespecialiseerde afweercellen vreten niet willekeurig alles op wat ze niet kennen. Deze specialisten maken antistoffen tegen specifieke ziekteverwekkers of doden lichaamscellen die aangetast zijn door virussen en bacteriën. Ze bezitten veel meer strategieën om de pathogenen op te ruimen. Wanneer het lichaam van de kat beschikt over voldoende gespecialiseerde cellen, is hij goed beschermt tegen de ziekte die de ziekteverwekker kan veroorzaken. Zoals ook te zien is in het filmpje, is de afweer in werkelijkheid veel complexer dan hier wordt uitgelegd. Echter, om de tekst begrijpelijk (en zo kort mogelijk) te houden is er gekozen voor een versimpelde voorstelling.

De verworven immuniteit kan op drie manieren worden verkregen:

  1. door het doormaken van de ziekte (met mogelijk dodelijke afloop)
  2. via de moeder in de buik (Enkele weken na de geboorte neemt deze af)
  3. kunstmatige immunisatie (vaccinatie)

Adaptieve immuniteit wordt pas geactiveerd, na blootstelling aan ziekte

Deze gespecialiseerde cellen worden echter pas geactiveerd nadat ze in aanraking zijn geweest met half opgevreten ziekteverwekkers. Elke gespecialiseerde cel is zo geprogrammeerd dat hij één specifieke ziekteverwekker kan herkennen. Wanneer hij in aanraking komt met die specifieke ziekteverwekker, wordt hij heel groot en maakt heel snel kopieën van zichzelf. Deze kopieën vernietigen de ziekteverwekkers direct of maken (anti)stoffen aan die de ziekteverwekkers uitschakelen. Het zijn vooral deze antistoffen die ervoor zorgen dat de virusdruk afneemt en genezing mogelijk maakt. Dat is ook de reden waarom in de diergeneeskunde de hoeveelheid aanwezige antistoffen als graadmeter wordt genomen voor de mate van bescherming tegen een ziekte.

Dit deel van het immuunsysteem is echter niet zo snel werkzaam. Het duurt enkele weken voordat de gespecialiseerde cellen in staat zijn om voldoende antistoffen te maken en de ziekteverwekkers op te ruimen. Daarentegen bestaat er wel een soort immuun geheugen. Dat wil zeggen dat er nog gespecialiseerde cellen achter blijven die snel actief worden bij een nieuwe infectie met dezelfde besmetter. Sommige gespecialiseerde cellen leven wel jarenlang. Hierdoor wordt de kat dus minder ernstig of niet ziek wanneer ze weer in aanraking komt met dezelfde ziekteverwekker. De kat heeft dan voldoende weerstand opgebouwd tegen een ziekte. Het verworven systeem leert dus van een eerdere infectie.

Vaccineren Katten

Wellicht bekroop je een naar gevoel bij het lezen van het stukje over de gevaarlijke simpele zielen – de virussen.  En dan met name het gedeelte over dat sommige virale ziekten niet met medicijnen te genezen zijn. Wanneer de kat in aanraking komt met een ziekteverwekkend virus is hij volledig aangewezen op zijn afweersysteem.

Ziektes waartegen ingeënt wordt

Wanneer een kat voor het eerst in aanraking komt met een ziekte zijn er twee scenario’s mogelijk.

Het eerste scenario is dat de kat niet ziek wordt. Een ongevaccineerde kat kan enkel gebruik maken van zijn algemene afweer. Immers, om het gespecialiseerde afweersysteem te activeren moet de kat eerst blootgesteld zijn aan de ziekte en tijd gehad hebben om afweerstoffen op te bouwen. Dit specialistische immuunsysteem werkt nog niet, maar zal pas nadat de kat ziek geworden is geactiveerd worden, dat wil zeggen als de kat de ziekte overleeft. Het is mogelijk dat het virus toevallig wordt opgevreten door een pacman, dan wordt de kat niet ziek.

Het tweede (waarschijnlijker) scenario is dat de kat wel (dood) ziek wordt. De pacmans zijn dan niet in staat geweest om het virus te herkennen of uit te schakelen. Sommige virale ziektes kennen een zeer ernstig ziektebeeld en zijn vaak dodelijk. Er bestaan nogmaals, geen medicijnen voor. Voorbeelden hiervan zijn het calici- en herpesvirus (niesziekte) en het feline-panleukmie oftewel parvovirus (kattenziekte). Dit zijn precies de ziektes waartegen wordt ingeënt. Een kat die goed ingeënt is, wordt in de regel niet of in ieder geval minder ernstig ziek dan een ongevaccineerde kat. 

Wat is een inenting en is herhaling noodzakelijk?

Een inenting is het toedienen van een verzwakt- of half opgevreten stukje virus dat het adaptieve immuunsysteem activeert. Oftewel de kat wordt op een gecontroleerde manier blootgesteld aan een verzwakte ziektemaker om de weerstand op te bouwen. Dit zorgt ervoor dat het lijf van de kat de tijd heeft om gespecialiseerde cellen te activeren. Een inenting heeft een beperkte werkzaamheid, omdat de gespecialiseerde cellen niet het eeuwige leven hebben. Ze kunnen op raken. Om te voorkomen dat de kat op enig moment niet beschikt over genoeg afweer tegen een ziekte, wordt de kat al vanaf kitten beschermt en worden de entingen herhaalt.

Alleen als kitten laten vaccineren voldoende? 

Uit onderzoek is gebleken dat het niet voldoende is om katten enkel als kitten te vaccineren. Katten die enkel als kitten gevacineerd zijn, maken hetzelfde ziekteverloop door als ongevaccineerde katten. Ook hebben ze een evengrote kans om te overlijden aan een ziekte als ongevaccineerde katten.

In het geval van kattenziekte is de kans dat een volwassen kat overlijdt, ongeveer 50%. Kittens zijn over het algemeen gevoeliger voor ziektes en het sterftepercentage voor kattenziekte is 90%. Voor niesziekte is het sterftepercentage ongeveer 65%.

Titeren ter vervanging van inenting?

In de diergeneeskunde wil men zoveel mogelijk katten optimaal beschermen. Het doel waar men momenteel naar streeft is zoveel mogelijk dieren, zo weinig mogelijk vaccineren.

Er bestaan verschillen tussen ziekten. Tegen kattenziekte ontstaat een betere en langdurigere bescherming dan tegen niesziekte. Gebaseerd op gemiddelden uit onderzoeken is bepaald dat de meeste katten na ongeveer 1 jaar weer een herhalingsvaccinatie nodig hebben voor niesziekte, en na 3 jaar voor kattenziekte. Het verschilt echter per ziekteverwekker, vaccin en per dier hoe lang een vaccinatie bescherming geeft.

Uit onderzoek is gebleken dat sommige katten wel 48 maanden lang over voldoende afweerstoffen beschikten voor zowel kattenziekte als niesziekte. Het is echter niet bekend welke dieren dit zijn. En het is ook niet bekend op welk tijdstip de kat onvoldoende afweerstoffen heeft en weer gevaccineerd moet worden. De enige manier om daarachter te komen, is de hoeveelheid afweerstoffen te meten. Om deze reden is de zogenaamde titerbepaling in het leven geroepen.

Dit is een test om te meten of de kat nog voldoende afweerstoffen heeft na een eerdere vaccinatie. Het is dus geen vervanging van een vaccinatie, maar een test om te zien of de kat alweer een herhalings-vaccinatie nodig heeft of niet. Dit wordt gedaan door de hoeveelheid beschermende afweerstoffen tegen een ziekteverwekker in het bloed te meten. Op die manier kan er ‘op maat’ worden gevaccineerd. Je vaccineert dan niet meer jaarlijks of om de drie jaar, maar op het moment wanneer de antistoffen onvoldoende aanwezig zijn. Bij de kat is het mogelijk om te titeren voor kattenziekte en niesziekte door middel van de vaccicheck. Voor kattenziekte is deze test betrouwbaar. Voor niesziekte is dit nog niet helemaal duidelijk.

Betrouwbaarheid titeren

De fabrikant geeft sindskort een veel hogere betrouwbaarheid (sensitiviteit en specificiteit) aan dan voorheen.  Waar deze nieuwe cijfers vandaan komen is echter onbekend. We zullen hierover navraag doen en de blog zo nodig aanpassen. Het meest recente onderzoek door Mende (2014) naar deze test geeft een lagere betrouwbaarheid aan.

Vaccinaties gevaarlijk?

Zonder vaccins zouden veel katten overlijden aan dodelijke infectieziekten. Door juist te vaccineren kun je de kat een hoop ellende besparen. Natuurlijk is het goed om altijd kritisch te blijven op het aantal en de frequentie van vaccinatie en de eventuele bijwerkingen.

Dat inentingen bijwerkingen kunnen hebben is niet nieuw

Het feit dat de toediening van een vaccin (of medicijn) af en toe kan leiden tot een nadelige reactie is niet nieuw. Het debat over mogelijke nadelige bijwerkingen door vaccinaties heeft de diergeneeskundige wereld de afgelopen jaren flink bezig gehouden. Dit debat is zeer relevant maar vindt eigenlijk al plaats, vanaf het begin dat we huisdieren massaal zijn gaan inenten. Kritische dierenartsen en academici hebben zich vanaf het begin gebogen over het optimale aantal en de frequentie van vaccinaties. Ook de beste plek en wijze van injecteren zijn telkens onder de loep genomen.

Dit soort debatten hebben geleid tot duidelijke richtlijnen voor vaccinaties. De commissie die zich hiermee (over de hele wereld) bezig houdt is The WSAVA Vaccination Guidelines Group (VGG). Het zou immers zeer onethisch zijn om katten massaal in te enten als de ernst van de bijwerkingen niet in verhouding zou staan tot de ernst van de ziekte waartegen wordt ingeënt. Ondanks dat dierenartsen en academici zich kritisch blijven opstellen tegenover vaccins, zijn de deskundigen het er wel over eens dat vaccinaties noodzakelijk zijn. Vaccineren is uitzonderlijk succesvol gebleken als het gaat over de bescherming van onze geliefde huisdieren tegen ernstige besmettelijke infectieziekten.

Door internet en social media is dit tegenwoordig ook (terecht) een onderwerp geworden dat veel betrokken katteneigenaren bezig houdt. Vooral de eventuele bijwerkingen wegen vaak zwaar in de afweging om wel of niet te enten.

Nadelige bijwerkingen inentingen

Vaccins worden, net als alle andere geneesmiddelen, uitvoerig getest via wetenschappelijk onderzoek voordat ze op de markt komen. Juist, omdat vaccins anders dan medicijnen, aan gezonde dieren worden gegeven, wordt er ook extra kritisch gekeken naar de mogelijke bijwerkingen.

De meeste katten voelen zich na de vaccinatie even niet lekker. Ook kan het uitmaken of het om de eerste vaccinatie gaat of een tweede of latere toediening. De ene kat reageert soms wat heftiger dan de andere. Dat hangt af van de kat zelf, zijn leeftijd en van het vaccin. Maar ook de algehele gezondheid van het dier speelt mee. Een kat die ziek is kun je beter niet meteen vaccineren, de afweer is dan al druk bezig en kan niet goed reageren op de vaccinatie.

Ernstigere ziekteverschijnselen die eventueel toegeschreven kunnen worden aan een enting worden ook bijgehouden en gerapporteerd. Deze effecten worden continue gemonitord en onderzocht. In Nederland is de registratie van vaccinaties en het toezicht op bijwerkingen in handen van het Ministerie van Economische Zaken.

Een reeks van mogelijke nadelige entingsreacties die zijn beschreven:

  • toename van  inflammatoire aandoeningen (ontstekingen)
  • allergieën
  • reactie op de plek van injectie
  • gebrek aan werkzaamheid
  • verstoren van diagnostische testen

Nu kun je best schrikken van deze lijst met entingsreacties. Want dit zijn dingen die je natuurlijk liever niet ziet bij je kat. Gelukkig is ook uit onderzoek gebleken dat de kans op dergelijke bijwerkingen, buitengewoon laag is. Het risico dat een vaccinatie bijdraagt aan een slechte gezondheid is niet noemenswaardig. Allergische reacties zijn zeer zeldzaam en treden het vaakst op bij het hondsdolheid vaccin (rabiës). Deze ziekte komt in Nederland niet voor, waardoor de meeste katten dit vaccin nooit zullen krijgen. Ook de kans op het ontstaan van een gezwel op plekken van eerdere injecties (niet alleen vaccinaties) is klein. En wordt vooral gezien bij het vaccin tegen leukemie (FeLV) en hondsdolheid (rabiës). Ook de enting tegen FeLV wordt niet standaard gegeven aan onze Nederlandse katten.

Er kunnen bijwerkingen zijn, maar wegen die op tegen de ziekte?

Vaccins zijn middelen die goede bescherming bieden tegen infectieziekten en soms bijwerkingen kunnen geven. En als het gaat om dat ene speciale gezinslid waar je alles voor over hebt, is eigenlijk elke kans op bijwerkingen te groot. Daarom worden de mogelijke bijwerkingen door de wetenschappelijke en diergeneeskundige wereld ook heel serieus genomen. Vaccins worden telkens geëvalueerd en er wordt gestreefd naar producten zonder hulpstoffen met een nog langere werkzaamheid. Er zijn waardevolle praktische aanbevelingen opgesteld om de vaccinatie druk in onze katten tot een noodzakelijk minimum te beperken. Al deze maatregelen worden genomen om het al zeer kleine risico op mogelijke nadelige bijwerkingen, in de toekomst nog kleiner te maken. Met oog op de gezondheid van onze katten is het belangrijk om niet uit het oog te verliezen dat vaccinatie in het algemeen als een veilige procedure kan worden beschouwd die beschermt tegen zeer besmettelijke en ernstige infectieziekten. Er is een klein risico op bijwerkingen maar dit risico weegt meestal niet op tegen het risico van de ziekte. Door je eigen katten goed te vaccineren, bescherm je niet alleen hen maar draag je ook bij aan de groepsbescherming van alle katten in Nederland.

 

Heb je een vraag over katten(gedrag)? Stel hem op de Facebook groep van Lekker in je Vacht:

Katten Informatie Punt

-Denise van Lent (kattengedragstherapeute/gedragsbioloog)

 

Bronnen:

  1. Madigan, M. T., Martinko, J. M., & Parker, J. (1997). Brock biology of microorganisms (Vol. 11). Upper Saddle River, NJ: Prentice hall.
  2. Day, M. J. (2006). Vaccine side effects: fact and fiction. Veterinary microbiology, 117(1), 51-58.
  3. Vadalà, M., Poddighe, D., Laurino, C., & Palmieri, B. (2017). Severe Side Effects of Vaccines in the Veterinary Set-ting. MJ Vetr. 1 (1): 008. Citation: Vadalà M, Poddighe D, Laurino C and Palmieri B.(2017). Severe Side Effects of Vaccines in the Veterinary Setting. MJ Vete, 1(1), 008.
  4. Kruse, B. D., Unterer, S., Horlacher, K., Sauter‐Louis, C., & Hartmann, K. (2010). Prognostic factors in cats with feline panleukopenia. Journal of veterinary internal medicine, 24(6), 1271-1276.
  5. Truyen, U., Addie, D., Belák, S., Boucraut-Baralon, C., Egberink, H., Frymus, T., … & Lutz, H. (2009). Feline panleukopenia. ABCD guidelines on prevention and management. Journal of Feline Medicine & Surgery11(7), 538-546.
  6. Day, M. J., Horzinek, M. C., Schultz, R. D., & Squires, R. A. (2016). WSAVA Guidelines for the vaccination of dogs and cats. Journal of Small Animal Practice57(1).
  7. Mouzin, D. E., Lorenzen, M. J., Haworth, J. D., & King, V. L. (2004). Duration of serologic response to three viral antigens in cats. Journal of the American Veterinary Medical Association224(1), 61-66.
  8. Radford, A. D., Addie, D., Belák, S., Boucraut-Baralon, C., Egberink, H., Frymus, T., … & Lutz, H. (2009). Feline calicivirus infection. ABCD guidelines on prevention and management. Journal of Feline Medicine & Surgery11(7), 556-564.
  9. Mende, K., Stuetzer, B., Truyen, U., & Hartmann, K. (2014). Evaluation of an in-house dot enzyme-linked immunosorbent assay to detect antibodies against feline panleukopenia virus. Journal of feline medicine and surgery16(10), 805-811.